Een blamage voor onze kerkgemeenschap

//Een blamage voor onze kerkgemeenschap

Een blamage voor onze kerkgemeenschap

Zondagavond, 9 juni jl., zag ik de RKK-t.v uitzending over buitenlandse priesters in Nederland. Priesters uit Polen, India en Etiopië worden hier als parochie geestelijken aangesteld. Het is onthutsend dat dit gebeurt. Het is een kleinering van de voortreffelijke eigenschappen : van onze eigen voorgangers – en daarin schuilt naar mijn mening de blamage -maar dat zijn naar kardinaal Simonis zei nu eenmaal geen gewijde priesters. Daarmee markeert hij nu precies het probleem waarover het gaat. Het is aan de Kerk te (ver-)wijten, dat er niet voldoende priesters zijn. De dogmatisch theologische opvatting over het priesterschap weerhoudt de Kerk er van gehoor te geven aan de veel gehoorde oproep om de celibaatsverplichting op te heffen en om vrouwen tot het priesterambt toe te laten. Als de Kerk maar zou willen beginnen met viri probati, al dan niet gehuwd, tot het priesterschap toe te laten en enige vorm van democratie te respecteren bij de benoeming van haar functionarissen, ook op parochiaal niveau. Kerkelijke overheden zijn dienaren en vertegenwoordigers van de geloofsgemeenschappen en moeten serieus luisteren naar wat er onder de mensen leeft. Voorgangers komen voort uit het volk en komen niet uit de hemel vallen.

In de RKK-uitzending kwam duidelijk naar voren dat buitenlandse priesters een intensieve begeleiding nodig hebben om hier te kunnen functioneren, maar dat dit op een termijn van enkele jaren zou kunnen slagen is naar mijn mening uitgesloten. Geloof en geloofsbeleving zijn zo intens met traditie en culturele identiteit verbonden dat het niet geloofwaardig is dat een uit een totaal vreemde cultuur komende voorganger aan een geloofsgemeenschap leiding zou kunnen geven. Polen, India, Ethiopië, mind you! Neen het ging er niet om om hier de Indiase spiritualiteit uit te dragen, zoals de Indiase priester zei, maar om van de mensen te houden. Zie je, zo simpel is het. Het was opvallend dat reacties van willekeurige – naar ik hoop te mogen aannemen (waarom vertrouwen we de media eigenlijk?) – parochianen positief was. De persoon van de buitenlandse priester werd geprezen, zoals door een dame van middelbare leeftijd, “Zijn gebaren zijn zo intens”. Zijn voortreffelijkheid als persoon is buiten discussie, maar het is niet geloofwaardig dat hij hier in onze gemeenschappen adequaat kan functioneren. Of, zoals een oudere dame zei, “Nu hebben we weer een echte consecratie”. Inderdaad, dat we Jezus uit de conserven eten is ook een blamage, maar de bevoegdheid om voor te gaan in de eucharistie-viering ontleent de priester niet aan zijn wijding maar aan de opdracht van de geloofsgemeenschap. Voorgaan in een geloofsgemeenschap stelt hoge eisen aan de persoon en aan de bekwaamheden van de voorganger. Het is in onze constellatie daarom noodzakelijk dat de kerkelijke organisatie toeziet op de opleiding dan wel die in eigen hand neemt en door een teken van erkenning en aanvaarding van de persoon van de priester en zijn hoedanigheden vaststelt dat hij tot de bediening in haar organisatie kan worden toegelaten.

Het binnenhalen van priesters uit een cultuur die vreemd is aan de onze is een misgreep. Als het zulke voortreffelijke mensen zijn – en dat zijn het – zouden zij beter kunnen helpen het eigen land, waar zoveel meer noden zijn dan in onze contreien, tot verdere ontwikkeling te brengen. Hun intrede hier zal een harmonische ontwikkeling van ons geloofsdenken eerder verstoren dan bevorderen en draagt het risico in zich te leiden tot polarisatie.

Deze kreet zal in Utrecht of het Vaticaan wel niet gehoord worden. Maar de Geest waait waar Hij wil, dat wel.

Timo Harmsen, 1 juli 2002

By | 2017-05-17T16:12:22+00:00 juli 1st, 2002|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment