Geloof en illusie

//Geloof en illusie

Geloof en illusie

In de media worden wij bij voortduring geconfronteerd met het debat over God. Atheïsten strijden met gelovigen over de godsvraag. De generatie, die nu nog onze kerken bevolkt is opgegroeid in het bezit van de waarheid, op gezag van de Kerk. Twijfel is taboe. Maar we zijn de Moderne Tijd binnengetreden. We hebben de ideeën van de Verlichting uitgebouwd en hopen nu in onze eenentwintigste eeuw tot een consolidatie te komen van een nieuwe wereldorde, gebaseerd op mensenrechten en politieke en economisch sociale samenhang.

Intussen hebben wij volop gegeten van de boom der kennis (lijkt het). Het succes van de wetenschap is ons als het ware naar het hoofd gestegen en zet ons aan tot het verkrijgen van meer kennis om uiteindelijk het geluk voor de hele wereld te realiseren. Zeer inspirerend, maar toch …

Dit heeft ons er ook toe gebracht te twijfelen aan de relevantie van kennis voor geluk. Zeker is dat zonder de kennis die wij tot nu toe hebben opgedaan geen leefbare wereld meer mogelijk is, maar van onze angst worden we er niet door bevrijd. Niet althans van onze existentiële angst, de angst die de grondslag van ons bestaan betreft en voortkomt uit onze diepste ervaring afhankelijk te zijn van een ongrijpbare, alles te boven gaande macht. Slechts boven kennis uitgaande wijsheid en inzicht kan ons van onze angst bevrijden. Het is deze wijsheid en inzicht die de mens zocht en nog altijd zoekt. En is er een God die ons verbiedt die wijsheid en inzicht te verwerven? (Genesis 3:2-4)

Daar sta je dan als modern mens. Ingebed in een eeuwenoude traditie, maar met het gevoel dat je als redelijk wezen jezelf zou verloochenen als je iets op gezag alleen moet aannemen. De rede dus. In “Pensées” stelde Blaise Pascal (1623-1662) dat we moeten weten te onderscheiden; weten waar we terecht mogen twijfelen, waar we zeker kunnen weten; waar we ons moeten onderwerpen.

Geloof is aldus een zorgvuldig te benaderen aangelegenheid, een gewetenskwestie. Zonder die zorgvuldige benadering sluipen valse motieven het geloof binnen,angst, machtsvorming, politiek, ik noem maar een paar elementen. Dat geldt voor het individu. maar evenzeer voor de Kerk. Een beroep op de werking van de Heilige Geest als bewijs voor de waarheid is een zelfde cirkelredenering als de bewering dat de bijbel Gods woord is omdat het in de bijbel staat. Het is eigen aan een godsdienst dat zij haar geloof formuleert, maar binnen die formulering moet er ruimte zijn voor de erkenning van de evenwaardigheid van andere godsdiensten en voor een zekere mate van lokale en individuele invulling.

Deze benadering van geloof betekent dat we nooit met afdoende zekerheid zullen weten of ons geloof toch niet op een illusie is gebouwd. Daarmee wordt het geloof geen ongeloof of zinloos, want de inspiratie blijft, de verwachting, de hoop. En als het geloof een illusie zal blijken te zijn, dan krijgen we niet eens de gelegenheid dat te betreuren. En intussen kunnen we blijven putten uit onze rijke traditie, ons laten voeden door ons verlangen naar schoonheid, ons wijden aan het welzijn van de samenleving en ons geluk vinden in de liefde, op alle niveaus van het leven. Het geloof is een proces tot in eeuwigheid.

Timo Harmsen, 1 september 2003

By | 2017-05-17T16:09:57+00:00 september 1st, 2003|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment