“Geef ons dezelfde taal om uw Woord te verstaan”

//“Geef ons dezelfde taal om uw Woord te verstaan”

“Geef ons dezelfde taal om uw Woord te verstaan”

Het merendeel van de mensen die nu nog onze kerken bezoekt  heeft een levendige herinnering aan onze Latijnse geloofsbelijdenis. Na de voorlezing van het Evangelie en de preek zongen we vol overgave het “Credo”. Het was een liturgisch goed geplaatst moment. Na het aandachtig en
geduldig – hoewel verstrooidheid en ongeduld je ook vaak parten speelden – aanhoren van de preek was er behoefte aan actie en het gezamenlijk zingen van het “Credo” beleefden we als een clublied dat je voert tot een opperste moment van Geest en eenheid. Dat was bij uitstek een religieuze belevenis, of liever, beleving. Uit je dak gaan heet dat tegenwoordig.

Door de veranderingen in de tijd herkennen we in de oude taal niet meer het ritueel waarin wij samen willen participeren. Een nieuwe taal was en is nodig om na de beroeringen die wij in de twintigste eeuw hebben moeten doorstaan, die beleving opnieuw met elkaar te kunnen delen. Het bij de tijd brengen van de Kerk, wat de bedoeling van het Tweede Vaticaanse Concilie was, heeft de eigen taal in de liturgievieringen gebracht. Eigenlijk ging het niet om. de taal, Latijn of Nederlands. De Nederlandse vertaling van wat we in het Latijn zongen konden we in elk gebedenboek vinden. We verstonden wel wat we zongen, maar het ging er om dat we het nieuwe denken niet meer in de oude woorden terugvonden.

Nieuwe taal, nieuwe Geest. Het lijkt er op of de Kerk, maar laat ik liever spreken van de hedendaagse Vaticaanse autoriteiten, de consequenties daarvan niet aandurven en aansturen op een restauratie.
Theologen van naam verzetten zich daar met klem tegen. Het gevolg is een heilloze Babylonische spraakverwarring in onze Kerk.     .
Hoe beleven wij nu ons religieus zijn?

De dichter van het lied waaraan ik de titel van dit stukje ontleen, Huub Oosterhuis, zegt het zo: ”Ik versta …. onder religie .. de behoefte in mensen aan zinsverband, aan samenhang, maar ook aan schoonheid, inspiratie, lieflijkheid, alles wat je tegen geweld, grofheid, bloedvergieten kunt in- zetten.” (Interview in ‘Volzin’ 18 oktober 2002) Die religie moet politieke relevantie hebben, zich ontfermen over de zwaksten, om geen religie van afgoden te zijn.

Wij willen vernieuwing, al wil ik niet zeggen dat de weg: die we moeten volgen ons helemaal duidelijk is. Maar als het de weg zou zijn zoals onze kardinaal datzegt (interview in “Volzin” 23 mei 2003), dat katholiek zijn betekent dat je als gelovige aan de opvattingen van paus en bisschoppen méér gewicht toekent dan aan je eigen opvattingen, dan staat de vernieuwing stil. Er bestaat geen tijdmachine waarmee we naar oude tijden kunnen terugkeren. Van een spraakverwarring sprak ik. Dat daaraan een einde mag komen, daarom bidden wij als wij het lied zingen van onze dichter.

Timo Harmsen, 1 oktober 2003

Aan wat op aarde leeft

  1. H.Oosterhuis/mGelukkiis het land’

Aan wat op aarde leeft, geeft Gij hetzelfde brood,

en wie er U om smeekt, wordt met uw Geest gedoopt.

Geef ons dezelfde taal om uw Woord te verstaan,

Bewaar ons in uw hand, bewaar ons in uw naam

 

Wie in uw vlees gelooft, geeft Gij uw eeuwig Woord.

Omdat Gij zijt gedood, bestaan wij altijd voort.

Leid al wie leven wil, uw woning tegemoet

Omwille van uw dood, omwille van uw bloed.

 

O Geest die levens maakt en voegt het al aaneen,

Wij zijn verstrooid geraakt, maar Gij houdt ons bijeen.

Weeersta toch aan de macht die onze harten scheidt,

Alvermogend woord, O licht van eeuwigheid.

 

By | 2017-05-17T16:07:34+00:00 oktober 1st, 2003|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment