Oecumenische dialoog,een persoonlijke herinnering

//Oecumenische dialoog,een persoonlijke herinnering

Oecumenische dialoog,een persoonlijke herinnering

Het was 1947. Ik was net geslaagd voor het diploma gymnasium en verbleef enkele weken bij mijn vader en tweede moeder in Sas van Gent, een klein stadje in Zeeuws Vlaanderen. Gewoonlijk was ik thuis bij mijn grootouders. Mijn moeder was jong gestorven, en een aanvankelijk tijdelijke plaatsing’ bij mijn grootouders was permanent geworden. Zo kan het gaan in een leven. Voor mijn broer en zus, die wel bij mijn vader terugkeerden, was mijn tweede moeder, een zuster van . mijn eigen moeder, gewoon mama. En dus voor mij ook. Maar als de stemming weer eens niet zo goed was – de mortua nil nisi bene -, heette zij voor mijn broer en mij tante Anna.

Het nabije België c.q. Frankrijk was er waarschijnlijk de oorzaak van dat de secularisatie daar al aardig op gang kwam, al waren wij ons daarvan op dat moment nog niet zo bewust. Wie niet naar de kerk ging was een arme stakker die bekeerd moest worden. Om aan je zondagsplicht te voeldoen was het voldoende om er bij te zijn. Van enige aandacht, laat staan participatie hoefde geen sprake te zijn. In de zondagse mis stond achterin een drom mannen, die node hun sigaar of sigaret hadden gedoofd en die tijdens de preek gauw even aan de overkant een biertje gingen pakken, om net op tijd weer terug te zijn voor de offerande. Na de laatste zegen vertrokken ze gelijk weer naar het café, de duiven, het voetbalveld, en het bollen en het schieten op de liggende of de staande wip.

Bij ons in huis woonde Zr. Minderhoud, een ex-verpleegster, die door een lichamelijke aandoening haar beroep niet meer kon uitoefenen. Zij kwam uit Oostburg, waar haar huis door de oor1og was verwoest. Bij ons vond zij woonruimte die haar van overheidswege was toegewezen. Ze was een aardige vrouw, waarmee mijn vader, mijn broer en ik goed konden opschieten. Tussen haar en tante Anna ging het minder goed. Zr. Minderhoud was protestant en dat botste al gauw met de zelotische, de geloofsijverige, aard van tante Anna. Al gauw ging het over de mis. Waarschijnlijk was de dagelijkse kerkgang van tante Anna, naar de vroege mis van zeven uur, de aanleiding. De katholieke mis was in de ogen van de protestant afgoderij, en voor de katholiek stelde het
protestantse avondmaal niets voor. Er gebeurde niets met het brood en de wijn, want ach, die dominee was maar een gewone ongewijde man. De strijd liep hoog op. Tante Anna wilde een bespreking arrangeren met de pastoor aan haar kant en de dominee aan de kant van Zr Minderhoud. Mijn vader voelde er niet veel voor, maar tante Anna zette door. Er vond een bespreking plaats bij ons thuis: de kapelaan en een missiepater op verlof uit Finland aan de kant van tante Anna, en de dominee met nog iemand aan de kant van Zr.Minderhoud. Merkwaardig vind ik nu achteraf dat mijn broer en ik (21 en 19 jaar), niet bij die bespreking zijn geweest.

Hoe is die bespreking verlopen? Was het een oecumenische dialoog? Daar was het de tijd nog niet naar. Is het uitgelopen, zoals ik mij herinner, op een twistgesprek? Mijn broer herinnert zich een mildere afloop. Pater de C. vond dat men elkaar toch in begrip nader was gekomen. Het gelijk zal wel bij elk van partijen zijn blijven liggen.

Timo Harmsen 26 oktober 2003

By | 2017-05-11T17:45:59+00:00 oktober 26th, 2003|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment