God komt niet uit het laboratorium

//God komt niet uit het laboratorium

God komt niet uit het laboratorium

Hoewel in hun oorsprong mogelijk anders bedoeld, zijn de geschriften die de Bjbel vormen naar onze hedendaagse opvattingen geen geschiedenis en geen wetenschap. (Ik verwijs hier graag nog eens naar de artikelen “De Bijbel als literatuur” van Koos van der Zalm in ons blad van de laatste maanden.) Derhalve geen bron van wetenschappelijke kennis. Dat inzicht heeft ons geleerd de Bijbel niet in al zijn letterlijkheid te verstaan, maar als beeld en als verhaal van onze millennia lange ervaring van het zoeken naar de bron van ons bestaan die wij God genoemd hebben. Als redelijke wezens zijn wij voortdurend uit op het vermeerderen van onze kennis. Dit gebeurt in absolute zin uit honger naar kennis, in relatieve zin om onze plaats in de samenleving van individuele personen en van gemeenschappen, te behouden en te versterken. Over dit laatste gaat de hedendaagse discussie: over het achterop raken in ons land van de bètastudies.

Die honger naar kennis moge onlesbaar zijn, tegelijkertijd twijfelen we aan de relevantie van kennis voor geluk. Kennis is een wetenschappelijke, geluk is een morele categorie. De bijbel verschaft geen kennis, de Bijbel is als literatuur. Maar wat betekent dat eigenlijk precies?
Literatuur – en dan niet uitsluitend in zijn cultureel elitaire betekenis, waardoor een ‘Baantjer’ geen en een ‘Mulish’ wel literatuur is – is schriftelijke overlevering van generatie op generatie, is verhaal van onze ervaringen opgedaan in ons onophoudelijk streven naar geluk. Dat streven naar geluk, naar bevrijd te zijn van angst, naar ervaring van schoonheid en liefde is universeel, is onze religieuze kern en ligt aan alles ten grondslag. Aan onze kennis en aan onze moraal waardoor wij een menswaardig leven in gemeenschap met elkaar kunnen opbouwen. Herkenbaar?
Ik leerde als kind: “Waartoe zijn wij op aarde?” “Om God te dienen en daardoor in de hemel te komen”. Mijn kinderen leerden al: ” om hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn ….. “.

Tegelijkertijd ervaren wij het als een diepe treurnis dat we nog ver af zijn van wat wij ons als een gelukkige wereld voorstellen.
Onze kennis en onze morele gedragingen schieten dermate tekort – veel meer dan de helft van de wereldbevolking leeft in barre omstandigheden – dat we wel worden bekoord door de gedachte dat ons geluksstreven beter naar het rijk van Utopia verwezen kan worden. Wat kan ons troosten?

Een van de hoofdkenmerken van de menselijke rede is de verwondering. De
verwondering is de dimensie die ons uittilt boven ons bestaan, boven de hoogmoed van de kennis die ons wil leren dat wij het leven zelf wel maken en boven de enge regels van een opgelegd geloof. En is God eigenlijk niet het ultieme voorwerp van onze verwondering?

Timo Harmsen, 1 november 2003

By | 2017-05-17T16:04:58+00:00 november 1st, 2003|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment