Priester onafhankelijke Eucharistie

//Priester onafhankelijke Eucharistie

Priester onafhankelijke Eucharistie

De zondagse eucharistieviering is het centrum van christelijk leven. Naar de leer van de kerk is de eucharistieviering afhankelijk van de beschikbaarheid van een priester. De praktijk is echter dat meer dan de helft van de diensten in onze kerken verzorgd wordt door niet-priesters. Men spreekt – en niet alleen in ons land – van een kritieke situatie door een ernstig en toenemend tekort aan priesters en zelfs de groeiende behoefte aan adequaat gevormde pastorale werkers en werksters kan niet volledig vervuld worden. In mijn artikel “Het brood dat wij breken” in dit maandblad van april bracht ik deze problematiek al ter sprake. De door het bisdom gevorderde samenvoeging van parochies is een schijnoplossing, waartegen als voornaamste bezwaar kan worden aangevoerd dat zo’n fusering van parochies de identiteit van de saamhorige parochies aantast.

Een eventuele verruiming van de toetreding tot het priesterambt tot de vrouwen de gehuwde man loopt al achter de feiten aan. Wij, de parochie gemeenschappen, zijn al verder op weg. Als we aan ons lot worden overgelaten zullen we onze eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. Verantwoordelijkheid voor de eigen

waarheidsvinding. De praktijk is ook dat velen van ons de gepraktiseerde woord en communieviering als een zondagse eucharistieviering ervaren. ‘Wat zegt trouwens

de transsubstantiatie ons nog?’ Ik kan niet nalaten een theoloog aan mijn zijde te roepen. Schillebeeckx is van mening dat wat de eucharistie is, ons ontgaat en in wezen volstrekt onkenbaar voor ons is, maar wij weten wel wat zij eventueel voor ons betekent en waarvoor zij dient. Dat is wat wij van het wezen van een ding kunnen zeggen: wat het voor ons betekent. Welnu, bij de Consecratie krijgen brood en wijn een andere betekenis en een ander doel. Wij bedoelen daarmee hetzelfde uit te drukken als de kerk alleen “op een andere manier”. Schillebeeckx voegt er zelfs aan toe, dat hij, die in onze tijd de transsubstantiatie ontkent een betere gelovige is dan hij die nu nog wil vasthouden aan dit middeleeuwse begrip. De koppeling van de eucharistie aan het gewijde ambt is voor de kerk een sterke machtsfactor en maakt de positie van de clerus onaantastbaar. Ontkoppeling beschouwt de kerk als de bijl aan de wortels van haar macht en kan daarom in onze dagen niet worden verwacht. Maar er is altijd hoop in de kerk dus ook voor de na ons komende generaties. Nu daartegen verzet plegen lijkt vechten tegen de bierkaai. Maar we moeten ons toch laten horen. Hoe ervaren we de macht van de kerk. Wat de-kerk zelf leert als het centrum van christelijk leven wordt ons blijvend ontnomen als de kerk haar leer onveranderd handhaaft: om de waarheid of om de macht?

Een doodlopende weg? Nee, mag ik hopen. Het eucharistisch gebed, is gebouwd op de Schrift, gebed en lezing die nu ook aan leken worden toevertrouwd. Waar wij samen in gebed verenigd zijn is Jezus onder ons tegenwoordig. “Daarom is het niet de goddelijke (priesterlijke) macht, maar het lezen van de Schrift en het gebed van de christenen die samen in Christus’ naam eten en drinken, dat een speciale nabijheid met Christus en met elkaar brengt.”. De gezamenlijke liturgische handeling verandert, transsubstitueert, onze bijeenkomst in die “mystiek-symbolische entiteit, het Lichaam van Christus”. (Waarom nog afgescheept worden met te voren geconsacreerde hosties? Deze zin is later vervangen door de zin die hier volgt.))  Waarom nog een oneigenlijke toevlucht zoeken in te voren geconsacreerde hosties? Moeten die over enkele jaren uit Rome worden ingevlogen? Er zou toch ruimte gelaten kunnen worden om de huidige woord en communieviering te veranderen in agape maaltijden. Ook al laten wij, om het kerkelijk recht te respecteren, het verhaal van de instelling uit het eucharistisch gebed weg, het gezamenlijk gebeden Onze Vader kan, zoals in de oude Kerk, volstaan om er een Eucharistie van te maken. En zou een priester zich daarbij niet willen aansluiten?

Dit alles is slechts een fase in een immer doorgaande ontwikkeling naar een andere formulering van het ambt in de kerk en de wijdingsbevoegdheid in handen van de gehele geloofsgemeenschap in plaats van de exclusiviteit van de. clerus.

Timo Harmsen, 30 mei  2004

By | 2017-05-17T15:53:49+00:00 mei 30th, 2004|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment