Symbolen

//Symbolen

Symbolen

“Tekens zijn niet gekoppeld aan betekenis, maar cultuur koppelt betekenis aan tekens.” Citaat uit een toelichting bij het werk van de beeldhouwer/filosoof Robert Jensen. gezien in Galerie Mosa-Art in Katwijk(Cuijk).

Iedereen kent wel het verschijnsel dat, als hij een nieuwe auto heeft gekocht, het lijkt alsof bijna iedereen in hetzelfde merk rijdt. Naar aanleiding van mijn artikel over eucharistie denk ik na over ‘symbool’ en overal kom ik artikelen en verwijzingen naar ‘symbool’ tegen.

In Nijmegen werd een tentoonstelling- gehouden van Russische iconen. Ze werden getoond op een zwarte achtergrond. De bezoekers waren verrukt, schitterend. Toen de russen ze zagen werden ze vreselijk kwaad. ‘Heilige iconen op de kleur van de hel!’.

In ‘M’ Maandblad van NRC Handelsblad van deze maand lees ik in een interview met de archeoloog Steven Mithen: “Vaak beschouwen mensen ‘symbolen’ als iets bijzonders: religieuze of nationale symbolen, het kruis op Golgotha of het koningshuis. Maar dat wordt hier niet bedoeld. Ieder woord is een symbool: een willekeurige klank met betekenis. Zoals Mithen het uitlegt: Homo saplens onderscheidt zich door denken in metaforen, het ene concept wordt verbonden met het andere, abstractie wordt gestapeld op abstractie, zo denkt de mens”

We zijn intussen zeer vertrouwd met ‘symbool’ . We gebruiken het woord in allerlei eigenlijke en oneigenlijke betekenissen. “Het is maar een symbool”, zeggen we als we iets niet zo letterlijk bedoelen en we vrezen dat het verkeerd verstaan wordt. Maar in eigenlijke zin gebruiken we een symbool als we uitdrukking willen geven aan begrippen en emoties waar we geen woorden voor hebben. Symbool is gewoon taal waarmee we met elkaar communiceren. Daarom zijn symbolen zo oud als de taal.

Bij symbolen denken we misschien op de eerste plaats aan een religieuze context. Ook in het seculiere leven gebruiken we symbolen. Mithen noemde al het koningshuis, maar dat zou met zeer vele zijn uit te breiden.

Religieuze en seculiere context hebben zich pas betrekkelijk laat in de menselijke ontwikkeling van elkaar losgemaakt. Daarom hebben ook seculiere symbolen vaak nog een religieuze connotatie. Het koningshuis, genoemd als seculier symbool is daarvan een voorbeeld.

Symbool is taal, zeiden we al. Taal is levend, is in beweging, is dienstbaar aan het leven. Met het leven vernieuwd de taal zich voortdurend. De taal van het verleden kunnen we niet meer verstaan.

Ook al blijven woorden bestaan, hun betekenis verandert. Woorden kunnen in onbruik raken, nieuwe woorden ontstaan. Als woorden in verschillende betekenis, of oude en nieuwe woorden naast elkaar worden gebruikt, onderscheidt het gebruik zich naar
groepen. Conservatieve groepen hanteren een andere taal dan progressieve, ouderen andere dan jongeren.

Nochtans gebruiken we het symbool toch voornamelijk in zijn religieuze context. Als het gaat om transcendentale dingen, die onze zintuiglijke waarneming, ons verstand en voorstellingsvermogen te boven gaan. In de liturgie gebruiken we symbolen en rituelen  en kunstvormen als muziek en zang en dans. Juist symbolen en rituelen maken onze’ ceremonies betekenisvol en waardevol. Onze ceremonies staan of vallen met de symbolen.

Anselm Grün, Benedictijner monnik, vergelijkt in ‘zijn boekje (166 bladz) “God ervaren” de verering der iconen in het oosten met de eucharistische aanbidding in het westen.(bladz.74) De ronde hostie als icoon. De eucharistische aanbidding is bij ons, met uitzondering van in sommige kloosters, in onbruik geraakt. Tot mishagen van de paus, in zijn encycliek van vorig jaar. Zou dat nu juist niet komen door een te sterke, dogmatische,
benadrukking van de transsubstantiatie? Omdat we de transsubstantiatie toch slechts zien als een theologische constructie, spreekt dat aspect van het symbool van de hostie en ook het bijbehorende ritueel, het in diepe contemplatieve aanbidding geknield liggen voor het altaar, ons niet meer aan.

De betekenis van het in de aanhef gegeven citaat is dat, als de betekenis van het symbool wordt vastgelegd, dus als het ware gedogmatiseerd wordt, het onverstaanbaar, onbruikbaar wordt. Het levende symbool ontleent zijn betekenis aan onze beleving. Het zijn wij die ons uitdrukken en aldus met elkaar communiceren in de symbolen en rituelen van onze ceremoniën.

Het gaat nooit om het symbool op zich. Het gaat om de betekenis die het krijgt in onze ceremoniën, bijvoorbeeld van eucharistie en initiatie (doop), van huwelijk en begrafenis of crematie.

Timo Harmsen, 6 september 2004

By | 2017-05-17T15:37:25+00:00 september 6th, 2004|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment