Seksueel misbruik en celibaat. )

//Seksueel misbruik en celibaat. )

Seksueel misbruik en celibaat. )

Zondag 19 september 2004, zag ik het RKK programma ‘Kruispunt’ naar aanleiding van de recente en eerdere gevallen van seksueel misbruik in de Rooms Katholieke Kerk. Het programma probeerde de oorzaken te achterhalen en aan te geven hoe die in de toekomst zouden kunnen worden voorkomen Daarin is het, naar mijn mening. niet geslaagd. Eigenlijk is dat niet zo verwonderlijk omdat vrijwel uitsluitend personen die ingekapseld zijn in het systeem van de Kerk aan het woord kwamen. Zij sleutelden wat aan de opvang, de opleiding en de screening van de jonge kandidaten die zich voor het priesterschap aanmelden, maar hielden het ‘instituut priester’ onveranderd vereind, met zijn verplichte celibaat. Het celibaat op zichzelf is niet zo erg. Je kunt het met de moraaltheoloog in het programma eens zijn dat het celibaat aanwijzen als dé oorzaak een dooddoener is.

Ik spreek voor wat dit onderwerp betreft uitsluitend als ervaringsdeskundige in mijn hoedanigheid van gelovig lid van die kerk en van gehuwde man in het vijftigste jaar van zijn huwelijk en wie het seksuele misbruik, waarvan sprake, met een diepe plaatsvervangende schaamte vervult.

De Kerk worstelt allang met het probleem van de seksualiteit, zegt de presentator Leo Fijen. Hoe lang is ‘allang’? Voordat onze maatschappij voldoende open en mondig was om deze zaken aan het licht te doen treden was er geen sprake van enige worsteling. Pas met de aan de .Kerk opgedrongen openheid kwam het gevoel van schande en schaamte en die moest verstopt blijven, zoals altijd al het geval was. Wie zich schaamt verstopt zich. Dat deed Adam al in het paradijsverhaal. Daarmee verloochende de Kerk, al wisten wij dat toen niet, haar eigen idealen van opkomen voor de zwakken in onze samenleving, voor de slachtoffers van het seksuele misdrijf. De Kerk maakte misbruik van onze goedgelovigheid. Het was toch ondenkbaar dat, in het algemeen, een priester waar we hoog tegen opkeken en in het bijzonder die lieve, goede, aardige pastoor …. etc..En als er al eens een gerucht ging, mochten wij dat toch niet geloven, laat staan doorvertellen. Het was op zich zelf al zondig te twijfelen aan de heiligheid van de Kerk, laat staan laster te spreken.

Het is de verantwoordelijke Hoogwaardigheidbekleder, die nu zegt van de misstanden niet geweten te hebben, niet eens persoonlijk aan te rekenen. Hij maakt, zoals zijn collega’s, al van jonge leeftijd af, deel uit van het systeem, speelt zijn rol in het spel, en merkt niet eens de eigen kokerblik waarmee hij de werkelijkheid denkt te zien. Ach ja, die plaatjes die de jongens op hun computer hadden verzameld, kwajongenswerk. Ja, ja, het waren er wel zo’n tienduizend. Weet hij wel hoe lang je daarmee bezig bent om die te downloaden? En heeft hij ze gezien?

Het Kruispuntprogramma biedt een scala van meningen om het tij te keren. Pleisters, geen operatie. De rector van een priesteropleiding pleit voor het behoud van het celibaat, waardevol voor de Kerk, voor de beschikbaarheid van de priester voor God en de mensen. De pastoraal psycholoog in het gezelschap bepleit dat een priester zich niet eenzaam mag voelen. Hij moet zijn gevoelens kunnen delen met anderen. Niet alleen vrienden; die zeggen: ‘alles kits jongen?’, maar het liefst vriendinnen; die kunnen vragen, hoe gaat het nu echt met je. Een overste van een broedergemeenschap beveelt begrip aan voor de priester die verliefd wordt, want verliefd worden is nu eenmaal eigen aan de man. Maar geen veroordeling, dat leidt tot eenzaamheid. En vooral openheid, meent de organisatie deskundige. Snel en duidelijk reageren op seksueel misbruik, zoals in het bedrijfsleven een fout product snel wordt teruggehaald om geen verdere schade te veroorzaken.     .~ .

Pleisters, zoals ik zei. Maar nodig is een operatie. Rekruteer de priesters zoals de burgerlijke overheid zijn ambtenaren. Mensen uit het midden van onze samenleving. Natuurlijk stelt de Kerk zijn eisen aan persoonlijke hoedanigheden van geschiktheid. Of – en het hoge woord moet er maar uit – gewoon zoals de protestantse kerken het doen. En schaf het celibaat als instituut af. Het is niet relevant voor het ambt. Een ongehuwde priester is daarom niet beter’ dan een
gehuwde. Je moet van een ideaal geen gebod maken. Dat geldt zowel voor het celibaat als, bijvoorbeeld, voor de onontbindbaarheid van het huwelijk. Dus toch het celibaat als kern van het probleem? Nee! Niet in directe zin. Seksueel misbruik is van altijd en overal. Dat zal niet veranderen. Het gaat om de vrijheid, de vrije keus, de eigen overtuiging. Het kan niet anders dan dat het ambt in de kerk helemaal opnieuw wordt doordacht. Een concilie zou er aan gewijd moeten worden, mede om de Kerk te bevrijden van haar angst macht te verliezen aan leken.

Het zal niet snel gebeuren, hoewel ‘you never know’. We hebben geduld, al blijven we van ons laten horen. Als ik zie hoe parochies in onze gebieden overeind gehouden worden door enthousiaste, toegewijde vrijwilligers, die priesterlijke taken vervullen en ook hun best doen daar voor toegerust te zijn, heb ik ook reden om geduld te hebben. En toch kwelt de vraag, hoe sterk is die basis. Is hij sterk genoeg om de tijd te doorstaan? Wij missen toch steeds meer de hoog opgeleide, door zijn ideaal geïnspireerde en inspirerende leider van een
gemeenschap.

En overigens ben ik van mening dat ook de vrouw in het ambt benoembaar moet zijn.

Timo Harmsen, Bennekom, 20 september 2004.

*) De weergave van de in het programma gegeven meningen is geheel voor mijn rekening. Ik beschikte niet over een transcriptie van het programma.

By | 2017-05-17T15:43:01+00:00 september 20th, 2004|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment