Wereldkerk – verscheidenheid in eenheid

//Wereldkerk – verscheidenheid in eenheid

Wereldkerk – verscheidenheid in eenheid

Op de zondagmorgen van 21 november 2004 ontving ik van mijn zwager Anton uit Peking, waar hij verbleef voor zaken, een
e-mail, waarin hij de viering van de feestdag van Christus Koning beschreef die hij zojuist had meegemaakt in de tweehonderd jaar oude St.Joseph kerk aldaar. Het was een viering met het zingen van “Christus vincit, Christus regnat, Christus imperat” (Christus overwint, Christus regeert, Christus heerst) en het “Panis Angelicus” en met bruidjes en een processie waarin de pastoor onder de baldakijn – draaghemel boven de troon van een koning – het Allerheiligste meedraagt. Ik kan mij voorstellen dat onze verre broeders en zusters in het geloof, nog levend in repressieve omstandigheden, – hoewel zich daarvan langzamerhand bevrijdend,- zich gaarne het beeld van Christus als een overwinnende koning voor houden. Ons spreekt dat beeld nu niet meer aan. Een viering zoals boven
beschreven kennen we niet eens meer. Zie wat pastor Corry Koot daarvan zei in haar inleiding tot de viering van die dag: “In Duitsland en Italië kwam het fascisme op en ook het communisme werd als een bedreiging voor het christelijke geloof gezien. De katholieke kerk vond dat er iets moest komen waar gelovigen zich in deze verwarrende tijd op konden richten. Het beeld van Christus, als pancrator, de Al-heerser, als koning van alle eeuwen werd naar voren geschoven. Christus Koning is dus geen feest met een eeuwenlange traditie, zoals Pasen en kerstmis, want het is pas in 1925 ingesteld”. (U kunt de overweging van pastor Koot vinden op onze website www.rkkerkbennekom.nl in het ‘Prekenarchief’).

Het voorgaande schetst duidelijk dat wij leven in een wereldkerk. Zoals wij dat ook ervaren als wij in onze vakanties in Europa of waar ook elders op deze planeet een kerk bezoeken.
Het voorgaande schetst ook duidelijk dat een wereldkerk levensnoodzakelijk een pluriforme kerk is, een kerk van ‘eenheid in verscheidenheid’ of liever van ‘verscheidenheid in eenheid’. In die verscheidenheid vormen wij onze waarden en normen en onze beelden waarin wij denken en spreken. In ons denken is ook de waarheid, de eigenlijke inhoud van het geloof en de formulering daarvan, van ons voortschrijdend inzicht afhankelijk.
Pluriformiteit manifesteert zich zelfs binnen onze parochie en in de parochies om ons heen. Ieder in zijn eigenheid moet deel kunnen uitmaken van dezelfde gemeenschap – parafrase van de woorden van onze pastores en ons parochiebestuur. (Zie op onze website www.rkkerkbennekom.nl het Parochieblad van september 2004).

‘Verscheidenheid in eenheid’ dus. Verscheidenheid is duidelijk. Wat stelt de eenheid voor?
De eenheid is de betekenis van de (leer van) Jezus, die de Christus is. Wie zich verdiept in ‘De geschiedenis van het vroege Christendom’ (Eginhard Meijering) leest dat die eenheid niet van het begin af aan heeft bestaan. Daarover is eeuwenlang discussie en strijd gevoerd. In de vroege jaren ging het bijvoorbeeld over de vraag of de christen zich nog aan de Wet – de Thora – diende te houden. In de strijd stonden de apostelen Petrus en Jacobus enerzijds en Paulus, die zich zelf tot apostel verklaarde anderzijds, tegenover elkaar. Zij vonden elkaar in een compromis.
Ook het leerstuk van de goddelijke drievuldigheid heeft eeuwen van discussie en strijd gekost.
De leer formuleren is één. Haar beleven en interpreteren is een tweede. Het is vooral die beleving die van plaats tot plaats – en in een bepaald opzicht van persoon tot persoon – verschilt die maakt dat een wereld kerk een pluriforme kerk is.

De Kerk is juridisch en organisatorisch gevormd naar het voorbeeld van de hiërarchische structuur van het Romeinse Rijk in de vroege dagen van het Christendom. De hiërarchische structuur is in een bepaald opzicht zeker wel eenheid bevorderend, vooral daar waar het de macht op één plaats en in één hand concentreert. Van die macht, van het handhaven van kerkelijke disciplinaire regels kan de waarheid niet afhankelijk zijn. Voorbeelden in dit verband zijn het al dan niet gehuwd zijn van de priester, de positie van de vrouw in de kerk, de betekenis van de gehoorzaamheid aan het gezag van de bisschop en de functie van het eigen geweten van de mondige gelovige.
In het laatste hoofdstuk van zijn levensverhaal wijdt Bisschop Muskens vrijmoedige overwegingen aan de diversiteit in de kerk en doet aanbevelingen aan de Kerk. Aan dat hoofdstuk ontleent zijn levensverhaal zijn titel `Wees niet bang`.

Timo Harmsen, 1 april 2005

By | 2017-05-17T15:31:46+00:00 april 1st, 2005|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment