De waarheid en de democratie; van ‘top down’ naar ‘bottom up’

//De waarheid en de democratie; van ‘top down’ naar ‘bottom up’

De waarheid en de democratie; van ‘top down’ naar ‘bottom up’

De tentoonstelling “Knus – Nederland in de jaren ’50” is een groot succes, zie: <http://www.uitinbrabant.nl/uib/brabant/site/nieuws/detail/A_9036501.html>.
Vooral de vijftigers bezoeken de tentoonstelling. Heerlijke nostalgie bij een tijd waarin normen en waarden gewoon vanzelfsprekend waren en het gezag
van de baas en de pastoor onaantastbaar. Voor de generatie vóór hen, die al aardig begint uit te dunnen, zijn herinneringen aan crisis en oorlog, waarin zij vocht voor (de waarheid van) de Vrijheid, meer dominant. En voor de generatie na hen zijn de vijftiger jaren archaïsch. Wat zouden ze moeten
zonder computer, zonder mobiele telefoon en al die blitse dingen die het leven zo snel en spannend maken.
Dit alles symboliseert de snelheid van de tijd. Niets blijft zoals het was en alles is onzeker, lijkt het.
De snelheid van de tijd ervaren we ook in ons kerk zijn. De Kerk geeft vorm aan ons sociale leven vanuit het geloof. Dan maakt het nog al wat uit of we uitgaan van een eeuwige absolute tijdloze waarheid of van een aan de tijd aangepaste uitleg van de christelijke traditie. In een interview in Volzin van 23 mei 2003, naar aanleiding van de viering van ‘150 jaar Kromstaf’,
pleit kardinaal Simonis nog voor gehoorzaamheid aan het gezag van de bisschoppen. “Men hoort de bisschoppen wel, maar gehoorzamen doet men niet”. Gehoorzaamheid is een deel van de katholieke identiteit, volgens de kardinaal. Dat moge zo zijn, maar het gaat wel om de vraag aan welke waarheid we gehoorzaam (moeten) zijn. Dat geeft spanningen in een kerk waar die waarheid niet kan worden bediscussieerd.

Ook de seculiere staat heeft zijn waarheid die vorm geeft aan ons sociale leven. Die waarheid wordt gevormd in een democratisch debat resulterend in de keuze van vertegenwoordigers die onze wil tot gelding brengen in ons bindende wetten. Het in onze seculiere maatschappij geldende vrije woord garandeert dat we ook daarbij nog onze invloed kunnen laten gelden. En in
het bijzonder voor belangrijke besluiten wordt onze mening gestructureerd gehoord in een referendum, zoals over de Europese grondwet.

De Kerk is geen democratie, luidt de slogan. Zo kan een beoogde bisschoppelijke synode door het Vaticaan worden ‘ontraden’, wat in het diplomatieke spraakgebruik heet ‘verboden’. Dat brengt zijn risico’s voor de Kerk mee. In het algemeen kan men zeggen dat voor hen die bij de kerk horen, hun geloofshouding binnen de kerk een vrije bewuste keuze is. Wij zijn ook vrij om te zeggen wat wij willen. (Voor ambtsdragers en voor hen die met een bisschoppelijke opdracht in onze kerk functioneren ligt dat misschien anders.) En als het gezag van de Kerk voor ons ongeloofwaardig wordt, behouden we ook de vrijheid om ‘er uit te stappen’. Maar onze verknochtheid aan de Kerk, zoals we die in de vijftiger jaren beleefden, kan ons tegenhouden. En onze hoop en verlangen dat het éénhoofdige gezag van de Kerk ‘democratisch’ zal gaan functioneren door naar de mensen te luisteren en velen te raadplegen, proberen we levend te houden.
Het verleden is voorbij, vergaan. De toekomst is het enige dat we hebben.
Maar als we de jeugd niet hebben, hebben wij en de Kerk zelfs die toekomst niet. De Geest waait waar hij wil en brengt altijd redding, beloofd is beloofd. Die redding daagt in de alom geuite wens naar een bestuurlijke vernieuwing waarin plaatselijke bisschoppen meer zeggenschap krijgen en door een open benoeming niet langer gezien hoeven te worden als marionetten aan de touwtjes van ‘Rome’.

Timo Harmsen, 15 mei 2005

By | 2017-05-17T15:25:56+00:00 mei 15th, 2005|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment