“Knielen op een bed violen” roman van Jan Siebelink.

//“Knielen op een bed violen” roman van Jan Siebelink.

“Knielen op een bed violen” roman van Jan Siebelink.

‘Een meeslepende roman. Prachtige literatuur’ staat er op de flaptekst. Jawel, maar ik heb het ook ervaren als een verschrikkelijk boek dat je enerzijds dwingt er in door te lezen, maar dat je anderzijds ook af en toe eens op zij moet leggen om weer uit de beklemming van het ‘zwartste calvinisme’ los te komen.

Hans Sievez, de hoofdfiguur in het verhaal, verlaat op jonge leeftijd het ouderlijk huis om zijn eigen weg te gaan. Hij wil niet als zijn vader werken op de steenfabriek en zich ook los maken van de invloed van het sombere geloof van zijn vader die volgeling is van een sektarische prediker. Maar het noodlot zal zich toch aan hem voltrekken. Op de tuinderij in het Westland waar hij komt te werken, ontmoet hij Jozef Mieras. Hans komt langzamerhand, en eigenlijk tegen zijn gevoel in, onder diens invloed. Later, Hans is intussen getrouwd met Margje en heeft in zijn geboortestreek een eigen tuinbedrijf gevestigd, komt Jozef weer opdagen. Sluimerende gevoelens van vriendschap komen weer boven. Hij koopt boeken van hem. Oude boeken uit de tijd van de ware reformatie. Het geloof van de prédestinatie. Kerken zijn uit de boze. Jezus heeft geen kerk gesticht. De leer van de Hervormde Kerk is een valse leer. Hans wordt door die gedachte gegrepen. Is hij wel uitverkoren. Hoe kun je dat weten? Jozef laat zich vergezellen door andere broeders in het geloof. Filmisch beschreven figuren, die ik mij voorstel als figuren uit de schilderijen van Jeroen Bosch. Zij praten op hem in. Verkopen hem nog meer oude boeken die hij eigenlijk niet betalen kan. Het gaat ten koste van het bedrijf en van zijn gezin dat zich inmiddels gevormd heeft. Hans blijft in vertwijfeling. Uren ligt hij ….’op een bed violen’….geknield om te bidden tot de ‘Heere’ om zekerheid, bezoekt bijeenkomsten van de ‘broeders’, waar zijn vrouw niet komen mag. Zijn vrouw ziet zijn vervreemding, dat hij veel van zijn tijd voor het werk verliest aan de bezoeken van de broeders die uren met hem praten, verborgen in een hoek van de tuin waar zij hen vanuit het huis niet kan zien. “Wat is er met je aan de hand”? Maar hij kan het haar niet vertellen. Zij zou het niet begrijpen. Hans ziet de ontreddering van zijn vrouw en de beide kinderen, de schade die het bedrijf lijdt, maar hij kan zich niet onttrekken aan het geloof en aan de invloed van de broeders die hem daarin vasthouden. Hoeveel liefde hij ook voor zijn vrouw voelt. En ook zijn vrouw blijft van hem houden: hij wil overleven in het hiernamaals, zij in het nu.

Hans wordt ziek. In zijn laatste uren komen de broeders hem bijstaan. Bidden op hem in. Houden hem Jezus, de verlosser voor. Zij houden zijn vrouw van hem vandaan. Hij mag haar niet zien in dit uur. Zij is niet bekeerd. Dat zou hem het hiernamaals kosten. Als Hans gestorven is, is hij weer van haar. “Later zie ik Hans terug”, denkt zij, “Ik zie hem terug”. “Zonder twijfel”, zijn de laatste woorden van het boek.

Een prachtig boek, maar ook een verschrikkelijk boek, zei ik. Prachtig om zijn literatuur, verschrikkelijk omdat het een verhaal is van een mens die lijdt aan zijn geloof. Een geloof dat blijft steken in de somberste bijbelteksten maar het bijbels visioen mist: dat de relatie tot het goddelijke via de relatie tot de mensen verloopt.

Timo Harmsen, 15 augustus 2005

By | 2017-05-17T15:16:52+00:00 augustus 15th, 2005|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment