Herinneren…….GEDENKEN…..VIEREN.

//Herinneren…….GEDENKEN…..VIEREN.

Herinneren…….GEDENKEN…..VIEREN.

Er was eens – ik vertel u dit op gezag van degene die het mij vertelde – een vader die zijn verjaardag elk jaar weer uitvoerig met zijn familie vierde. En als de familie verenigd was rond de tafel waarop een rijke maaltijd werd geserveerd, hield hij een toespraak waarin hij ook zijn vader en grootvader en soms ook oudere generaties ten tonele voerde. De kinderen luisterden geboeid. Het was ook hun geschiedenis. Het was of die voorouders weer tot leven werden gebracht en zij daarin deelden.

Toen de vader oud werd en voelde dat hij het niet lang meer zou maken riep hij zijn kinderen bij zich. “Jongens”,  zei hij – dat was zijn manier van spreken, de meisjes sloot hij daarbij als vanzelfsprekend in – “Jongens, als ik er niet meer ben moeten  jullie wel aan mij blijven denken en ook elk jaar weer bijeenkomen, zoals wij dat tot nu toe deden. Piet, jij bent de oudste, neem jij maar het initiatief”. En nog altijd leeft deze traditie in de familie van mijn zegsman.

Onlangs droegen wij een tante ten grave. Twee en negentig was zij geworden. Tijdens de samenkomst na afloop van de begrafenis vertelde een nichtje hoe zij als kind met vader en moeder en broers en zusjes ’s zondags na de hoogmis altijd naar opa en oma gingen. Koffie drinken en taartjes eten, – opa was bakker -. Als kind woonde ik bij mijn grootouders en hun nog thuis wonende kinderen, onder wie de overleden tante. Ik zie opa nog zitten in zijn plechtig donkergrijze pak, zijn horlogeketting breed uit over zijn vest. En oma, altijd in het zwart, een fijn kanten roesje langs de hals en daar vlak onder in het midden een grote gouden broche, een medaillon met een in ivoor gesneden portret van haar moeder. En de vrouwen verdroegen zonder morren de dikke sigarenrookwalm die de mannen produceerden.

 

Als deze verhalen verteld worden beleef je het weer, gebeurt het weer. Het zijn tradities waarop wij verder leven en nieuwe tradities vormen. Kernbegrippen daarbij zijn ‘herinneren’, ‘gedenken’, ‘vieren’. Als we een stapje naar de kerk maken betekenen die woorden ‘liturgie’. De hoogste vorm van liturgie is de H.Mis, zoals we vroeger zeiden, nu ‘Eucharistieviering’. Gezangen, woorden en gebeden, symbolen en rituelen voeren ons naar het beleven van het mystieke hoogtepunt, mysterium fidei.

 

Als je al wat ouder bent heb je vele herinneringen. Van dingen en denkbeelden. Vele daarvan kunnen niet meer, maar blijken soms toch nog te bestaan. Ik was misdienaar. Een uitverkiezing als je er voor werd gevraagd. Nu bestaan ze niet of nauwelijks meer. Ik diende vaak de mis – zo heette dat toen – bij priesters die in hun eentje – nou ja, ik was er bij, – de mis deden aan een zijaltaar. Het ging soms wel vlug. Er waren er die het in een kwartier konden. In gedialogeerde gebeden, die in het Latijn gingen, kreeg je nauwelijks gelegenheid jouw tekst te zeggen. Je kon je er alleen uitredden als je ook maar wat onverstaanbaars raffelde. Geen fraai voorbeeld, en het was ook niet de standaard. Maar een anekdotische uitzondering was het ook weer niet.

In Rome zijn er nu nog zoveel priesters dat ze op een lijst moeten intekenen voor een plaats aan een altaar om in hun eentje de mis te kunnen doen.(TV, Bodar – Knevel in Rome). Natuurlijk respecteer ik hun persoonlijke vroomheid, maar in je eentje valt er niks te delen.

We hebben nu de volkstaal. Het Latijn zal straks zelfs in de herinnering van de kerkgangers niet meer bestaan. Hoeft ook niet, tradities zijn niet voor eeuwig. De essentie houden we vast en drukken we uit in nieuwe vormen, ook al grijpen die terug op oeroude teksten en soms juist daarom.

De Eucharistieviering: in vergadering bijeen. Luid en duidelijk betuigen wij onze instemming met het mysterie dat we vieren: Jezus’ dood en verrijzenis. “Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker, verkondigen wij de dood des Heren, totdat Hij komt”,  Paulinische woorden uit I Korinte 11,26. Wie dit onderschrijft is welkom.

Onze ‘Woord- en Communieviering’ biedt geen ruimte voor deze acclamatie van het hoog heilig gebeuren. Mogen we hopen dat verandering van kerkdisciplinaire regels er ooit toe zal leiden dat er geen onderscheid nodig is in Eucharistieviering en Woord- en Communieviering. Hoeveel tijd zal er nodig zijn om over die grens te gaan, of zijn de we die in onze praktijk en beleving al gepasseerd?

Timo Harmsen, Bennekom 12 januari 2006

 

By | 2017-05-11T15:11:19+00:00 januari 12th, 2006|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment