Mythen

Mythen

“Mythen zijn universele en tijdloze verhalen die ons bestaan weerspiegelen en deze vormgeven – ze onderzoeken onze hartstochten, onze angsten en onze verlangens en voorzien ons van vertellingen die ons eraan herinneren wat het betekent mens te zijn.” 1)

Als je een roman leest kun je het gevoel krijgen midden in het verhaal te staan. Je beleeft het mee, je deelt de ervaringen van de personen van het verhaal en als het goed is leg je het boek – als je het uit hebt – terzijde, verrijkt voor je verdere leven. Je hebt weer een stukje betekenis aan je leven toegevoegd.

Het creatief vermogen van de schrijver stelt hem in staat een samenhangend verhaal te componeren waarmee hij aan feitelijke gebeurtenissen betekenis geeft. Zelfs degene die kennis neemt van een dorre opsomming van een reeks feitelijke gebeurtenissen, zoals bijvoorbeeld in een politieverslag van een misdrijf, vormt zelf het verhaal dat het hem mogelijk maakt betekenis aan die feiten te geven. Maar die betekenis is niet meer hetzelfde als wat er is voorgevallen; is in die zin dus niet ‘waar’. Het is in een subjectieve, persoonlijke connotatie geplaatst.  De tijd die verloopt tussen de fasen: het voorvallen van de feiten , het vertellen van het verhaal en uiteindelijk het kennisnemen van het verhaal, is voor de beoordeling van wat ‘waar’ is een belangrijke factor. Hiermede is de betrekkelijke zin van ‘waarheid’ al aangeduid.

Alle verhalen zijn dus in zekere zin mythen. Maar ‘mythen’ noemen wij alleen die verhalen die universeel en tijdloos zijn en zingevende betekenis voor ons hebben. De zingeving schuilt hierin dat we leren leven met het leven, met onze gevoelens van verlangen en existentiële angsten, met de vragen en onzekerheden van ons bestaan, om niet ten onder hoeven gaan in het wanhopige nihilisme van ‘God is dood’. Het gaat om die zingeving en niet om de historische juistheid,

Wij kennen uit de vroege historie overgeleverde mythologische verhalen die ongeveer vanaf 1000 v.Chr werden opgeschreven. Verhalen uit alle culturen, niet alleen uit de Griekse oudheid, zoals de verhalen – mythen – van de goden op de Olympus en de Griekse helden die nu nog voortleven in de namen van voetbalclubs, en, last but not least, de nog altijd schitterende verhalen van Homerus. Voor de oude Grieken gaven die verhalen antwoord op hun diepste levensvragen. Deels kunnen die verhalen ook nu nog betekenis voor ons hebben. Hetzelfde kan gezegd worden van de verhalen uit de bijbel die tot onze cultuur zijn gaan behoren: het verhaal van de schepping in zeven dagen, – Adam en Eva in het paradijs dat door hun zondeval voor ons verloren ging, – de ark van Noé, waarmee hij op aanwijzing van God zichzelf, zijn familie en de dieren van de schepping van de ondergang kon redden, – Abraham die bereid was zijn zoon Isaac aan God te offeren en zijn vrouw Sara die op hoge leeftijd nog een zoon baarde, – Mozes die de wet uit God’s handen ontving, geschreven op stenen tafelen, – Jozef in Egypte en de ontsnapping van het joodse volk aan de farao doordat het water van de Rode zee zich voor hen splitste. Verhalen, nog altijd van betekenis, maar geen geschiedschrijving.

Uit het Nieuwe Testament kennen wij de verhalen van Jezus. Jezus was een historische persoon, maar door de mythologisering van zijn kruisdood en wederopstanding heeft hij ook voor ons in onze tijd zijn betekenis behouden. Wij vieren Hem in de riten en symbolen van onze liturgie.

De kerk is bang voor het woord mythe omdat het zou duiden op niet ‘waar’. Maar is het toevallig dat de woorden mythe en mystiek bij elkaar horen? Juist door mythologisering kunnen gebeurtenissen uit hun tijd worden losgemaakt en voor alle tijden bron van religieuze en mystieke inspiratie worden. Door de mythe ontstijgen wij aan een door rationaliteit begrensde werkelijkheid om een andere werkelijkheid, een hogere wereld te betreden.

Timo Harmsen, 15 januari 2006

 

 

1)     Uit redactioneel voorbericht in de boeken van een serie over mythen, Bezige Bij, Amsterdam. Tot nu toe zijn in Nederlandse vertaling verschenen: Karen Armstrong, ‘Mythen’, Margaret Atwood, ‘Penelope’, en Jeanette Winterson, ‘Zwaarte’.

By | 2017-05-17T14:44:28+00:00 januari 15th, 2006|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment