Onze identiteit en het samenwerkingsverband

//Onze identiteit en het samenwerkingsverband

Onze identiteit en het samenwerkingsverband

In het bericht – in het parochieblad van jan/feb 2006 – van het parochiebestuur en in een persbericht die de start van het parochiële samenwerkingsverband begeleiden wordt de nadruk gelegd op de eigen identiteit en de zelfstandigheid van de parochies, als voorwaarden voor de continuïteit van de locale geloofsgemeenschap. Dat vereist toch enige uitwerking.

 

‘Identiteit’ wordt tegenwoordig zo gemakkelijk gebruikt. Maar wat betekent het?,  ‘dat wat eigen is aan een persoon’, zegt van Dale. Je identiteit wordt gevormd door de omstandigheden waarin je bent geplaatst. Door de plaats waar je geboren bent, het milieu waarin je opgroeit, de opleiding die je krijgt, enzovoort. Identiteit wordt daardoor een meervoudig begrip.

We spreken niet alleen over identiteit met betrekking tot een persoon. Ook een groep, een organisatie heeft een identiteit. Zo kun je spreken van de identiteit van de katholiek als persoon, de identiteit van een parochie, de identiteit van de Katholieke kerk als geheel.

Als kardinaal Simonis vindt (in een interview in ‘Volzin’ van 23 mei 2003) dat  “katholiek is dat je als gelovige aan de opvattingen van paus en bisschoppen méér gewicht toekent dan aan je eigen opvattingen”, heeft hij het waarschijnlijk over de identiteit van de persoon.  Maar betekent het dan ook dat een parochie een kudde makke en gehoorzame schapen is? Het is toch al enkele decennia duidelijk dat de katholieke mondloze gemeenschap , die alles van hogerhand gemakkelijk wist te aanvaarden, is veranderd  in een gemeenschap die zelf kan nadenken en haar eigen beslissingen wil nemen. Onze hang naar zelfstandigheid is geworteld in onze geschiedenis.  Wij zijn al van oudsher een vrijplaats voor refugiés die hun land ontvluchtten omdat hen daar niet politieke vrijheid en de vrijheid van godsdienst werd gegund. En denk aan de tachtigjarige oorlog (1568-1648) waarin we onze vrijheid en zelfstandigheid verwierven in een opstand tegen de katholiek Spaanse overheersing.

Als Nederlanders hebben we de  faam dat gehoorzaamheid en gezag ons niet zo liggen. Wars van autoriteit zijn we.  Het koninklijke huis is bij ons niet populair omdat de ‘koning regeert bij de gratie Gods , maar omdat het aangenaam volksvermaak oplevert. We spreken ongeremd ons wantrouwen jegens onze overheden uit. We voeden onze kinderen anti-autoritair op. En van de PKN kunnen we leren dat als we naar eenheid streven er ook altijd weer afsplitsingen ontstaan, hoe tot compromissen bereid we in ons polderland ook zijn.

 

Volgens eerder genoemd bericht is in het proces van tot stand komen van het samenwerkingsverband een gevoel van wantrouwen en ergernis over de autoritaire bestuursstructuur van onze kerk gegroeid naar een vertrouwen in de mogelijkheden om onze eigen identiteit en zelfstandigheid – voorwaarden voor de continuïteit van de locale geloofsgemeenschap – te kunnen handhaven. Toch blijft  in de structuur van het samenwerkingsverband  de hiërarchische autoritaire bestuursstructuur van de kerk onverminderd van kracht, zowel door de plaats van de priester/pastoor in het verband, die alleen verantwoording verschuldigd is aan de bisschop en door het uitsluitende recht van laatstgenoemde van benoeming en ontslag van de pastores. Dat maakt het geheel tot een monsterverbond van tegenstrijdige elementen, een verbond van twee partijen  die tot elkaar veroordeeld zijn. Het slagen van zo’n verbond hangt af van de wijze waarop alle betrokkenen uitvoering aan de samenwerking willen geven. Geen van partijen kan iets winnen als zij niet loyaal aan die samenwerking gestalte geeft. Loyale samenwerking betekent in de praktijk het praktiseren van een democratisch model, – ondanks het formeel voortbestaan van een geïnstitutionaliseerde machtsstructuur – door wederzijds luisteren, informeren, raadplegen. Dat dit gaat gebeuren lees ik in het vertrouwen dat het parochiebestuur uitspreekt in het slagen van de samenwerking van de parochies onderling en met de bisschoppelijke hiërarchie. En op het gehoor dat de bisschop krijgt als hij “ultra montana” 1) gaat om onze belangen in Rome te bepleiten zullen we blijven hopen. Zie ook “Parochieverband” op www.rkkerkbennekom.nl

Timo Harmsen, Bennekom, 20 januari 2006

1) gene zijde van de bergen, de Alpen

By | 2017-05-11T15:16:39+00:00 januari 20th, 2006|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment