Beste broeder bisschop

//Beste broeder bisschop

Beste broeder bisschop

U fronst misschien uw voorhoofd bij zoveel familiaire vrijmoedigheid. Maar geloof mij, ik spreek u zo aan uit een diep gevoel van verbondenheid, om uw persoon, uw ambt en niet in het minst omdat we deel hebben aan dezelfde gemeenschap in Christus. Daar komt nog bij dat u en ik van dezelfde generatie zijn – ik win het van u in leeftijd met enkele jaren – en dus, zij het ieder op zijn eigen plaats, het up en het down van de Kerk in Nederland hebben ervaren.

Samen met de andere bisschoppen hebt u ons een brief geschreven die u ons presenteert als ‘missiebrief’. Hoewel het woord missie, zeker bij de wat oudere lezers, zeer specifieke reminiscen- ties oproept, waartoe ook een paar foto’s in het boekje aanleiding geven, kan ik zeer instemmen met de definitie die u al in het begin van uw brief geeft: “onze zending om in de wereld het evangelie te verkondigen”. Het gaat daarbij om verkondiging naar binnen om het vormen van in het geloof gerijpte katholieken en het bevorderen van missionaire christelijke gemeenschappen om naar buiten aan alle mensen getuigenis af te leggen van de liefde van God. Uw brief is daartoe zeker inspirerend te noemen en geeft tal van praktische aanwijzingen.

Ik heb in uw brief de bezorgdheid herkend die ik en velen om mij heen al vele jaren voelen als we ook de kerk in onze parochie steeds leger zien worden. Maar uw brief heeft geen uitzicht geboden op het slechten van de blokkades (Grieks: skandalon), die naar mijn mening een kerkelijke missionering in de weg staan. Ik geef u een voorbeeld uit mijn persoonlijke ervaring.

Mijn vrouw en ik hadden onlangs een gesprek, zoals je dat maar af en toe, als er een toevallige aanleiding voor is, kunt hebben met een van onze kleinkinderen. In casu een jong volwassen vrouw, bijna afgestudeerd. Voor waarden en normen die hun basis vinden in onze joods (hellenistische) christelijke cultuur is zij zeker ontvankelijk, maar door de opvatting over de positie van de vrouw in de kerk voelt zij zich in persoon beledigd. Ik kan haar uitleggen hoe die opvatting kan worden verklaard uit de geschiedenis. Maar tegelijkertijd moet ik het met haar eens zijn dat de uitsluiting van de vrouw die van deze opvatting het gevolg is, niet langer houdbaar is wil de kerk missionair zijn. Het vrouwelijke priesterschap is door paus Johannes Paulus II onbespreekbaar verklaard. En dus: “Roma locuta, causa finita” 1). Een uitspraak die teruggaat op de Romeinse keizers, maar door een uitspraak van Augustinus ook in de Kerk een adagium is geworden. Niettemin worden in onze kerk op zondag van tijd tot tijd woord en communievieringen gehouden waarin een vrouw voorgaat, een vrouw lector is, een vrouw de overweging houdt, een vrouwenkoor zingt onder leiding van een vrouw met een vrouw aan het orgel en vrouwen het heilige brood uitdelen. “Tempora mutantur, nos et mutamur in illis” 2), en dus ook de Kerk.

Over de positie van de vrouw in de Kerk is recentelijk veel gepubliceerd in boeken, juist in de zeer serieuze, en in de media. Hier volsta ik te verwijzen naar de website over de priesterwijding van vrouwen (www.womenpriests.org)  en “Volzin” van 11 augustus 2006 “Jezus, God en de vrouwen”. (www.opiniebladvolzin.nl).

Zo zijn er nog veel met elkaar samenhangende problemen. Het verplichte celibaat bijvoorbeeld. Op de bisschoppen vergadering ter afsluiting van het Eucharistisch jaar hebt u zelf voorgesteld dit onderwerp naar een studiecomité te verwijzen. Maar er is al zoveel op gestudeerd. Het lijkt meer op een diplomatieke manoeuvre om het onderwerp naar de toekomst op te schuiven. Of  het centrale bestuur van de Kerk. Vele bisschoppen in de wereld hebben al voorgesteld daar over een Vaticanum III bijeen te roepen. Uw collega van Breda bijvoorbeeld. Maar ik heb nog niet mogen vernemen dat hij in deze op enige steun van zijn Nederlandse collega’s kan rekenen. En tot slot dan de te geringe democratische gezindheid in de hiërarchie van de Kerk. De kerk moge dan niet een democratie zijn zoals onze seculiere, maar ook een eenhoofdig gezag kan democratisch functioneren als het goed luistert en veel mensen wil raadplegen (cf Bluyssen en Rooijakkers: God verborgen en nabij, bladz.353).

Ik weet wel dat dit alles voor u en uw collega-bisschoppen geen nieuws is. Maar ik spreek het toch uit. Ook al zijn de punten die ik hier ter sprake breng veeleer kerkdisciplinaire aangelegenheden en geen geloofsvragen toch zullen vele ambtsdragers en door u in de dienst van de kerk aangestelden zich niet openlijk willen of durven uitspreken. Het is echter wel gewenst dat een en ander  voortdurend aan de orde wordt gesteld, in het belang van wat ik zou willen noemen de ‘binnenkerkelijke oecumene’ en een noodzakelijk ‘agiornamento’, wil de Kerk haar spirituele en sociaal cultureel heilzame rol in de wereld kunnen blijven spelen.

In verbondenheid en oprechte toewijding,

Timo Harmsen, Bennekom, 15  augustus 2006

 

  • Rome heeft gesproken, de zaak is gesloten.
  • De tijden veranderen, wij veranderen ook in de tijd.

 

By | 2017-05-11T14:17:28+00:00 augustus 15th, 2006|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment