Hoe ziet de parochie er over vijftig jaar uit?

//Hoe ziet de parochie er over vijftig jaar uit?

Hoe ziet de parochie er over vijftig jaar uit?

Zo letterlijk als het er staat is de titel boven dit stuk natuurlijk niet bedoeld. De toekomst valt niet te voorspellen. Dus hoe de parochie er over vijftig jaar uit ziet weet ik niet. Maar ik kan mijn gedachten eens hun vrije loop geven en proberen een paar lijnen uit te zetten, aan de hand waarvan misschien enkele verwachtingen in beeld kunnen worden gebracht.

Kijkend naar kerk en maatschappij, kunnen we vaststellen dat we sedert ongeveer het midden van de vorige eeuw al heel wat veranderingen hebben verwerkt. Dat we nu worden geconfronteerd met een leeglopende kerk toont aan dat de veranderingen in de seculiere maatschappij – daaronder ook te verstaan nieuwe wetenschappelijke inzichten – geen voldoende weerklank in de kerk hebben gevonden.

Het in onze maatschappij dominerende individualisme heeft op onze samenleving een demoraliserende en atomiserende uitwerking. Aan veel van de nu op te lossen politieke vraagstukken ligt bedoeld individualisme ten grondslag. Verlies van besef van waarden en normen ondermijnt de samenleving. Vooral de zwakken in de samenleving zijn daarvan de dupe.

Veranderingen in de samenleving hebben niet alleen negatieve gevolgen. Wijdere spreiding van scholing, kennisname van de resultaten van wetenschappelijke ontdekkingen hebben mensen mondiger en zelfbewuster gemaakt en een groter gevoel voor eigen verantwoordelijkheid gegeven. Men vraagt om meer zeggenschap en democratie in een open maatschappij. Vertaald naar de kerk betekent dit dat wij niet meer zomaar aanvaarden en doen wat de kerk ons voorschrijft, en niet bij voorbaat bereid zijn de opvattingen van paus en bisschoppen zwaarder te laten wegen dan onze eigen opvattingen. Waarheden van de kerk worden vervangen door onze individuele ervaringen.

Hoe staan wij als parochie in deze samenleving? In de folder die ter gelegenheid van de opening van de jubileumviering wordt uitgebracht, wordt nog eens geformuleerd wat de parochie beoogt: “Wij zien als onze missie het levend houden van en gestalte geven aan de boodschap van Christus. tot heil van de wereld, waarbij we elkaar bevestigen, inspireren en   steunen. De parochie wil deel uit maken van de Rooms-katholieke kerk”.

“Gestalte geven aan de boodschap van Christus. tot heil van de wereld. Hierbij gaat het met name om liefde en aandacht voor de medemens. De parochie is hiervoor een voedingsbron en samen vieren geeft nieuwe kracht en inspiratie.”.  Zo lees ik in de folder.  Dit is geen politiek maatschappelijk programma. Nochtans draagt ieder van ons, juist als christen, politiek maatschappelijke verantwoordelijkheid, die hij/zij op een of andere manier tot uitdrukking zal moeten brengen. Het maakt ons er wel bewust van dat Jezus’ leer ons niet alleen transcendente zekerheden biedt, maar ook, in het hier en nu van onze dagen, de vrijheid en de gelijkheid van ‘niemands slaaf’ te zijn, in geestelijke, noch in fysieke zin, en de rechtvaardigheid  van delen met elkaar wat ons gegeven wordt. Seculiere bestuurders spreken over ‘religie als maatschappelijk bindmiddel’, over ‘goed rentmeesterschap’, over ‘solidariteit’. Je kunt ook zeggen ‘zout der aarde’ zijn, zout dat ons behoedt tegen bederf.

De parochie wil deel blijven uitmaken van de Rooms-katholiek kerk. Dat heet: de  eeuwenlange traditie van de Kerk voortzetten. Wat is traditie? Traditie is een levende verbinding tussen het verleden en de toekomst. Leven en handelen in de geest van de  ervaringen van generaties die ons zijn voorgegaan. Door de traditie zijn wij met elkaar verbonden. Die verbondenheid schept loyaliteit. Dat sluit niet uit dat er spanningen ontstaan tussen de leden van de kerk en haar leiding. Die spanningen kunnen niet alleen worden. opgelost door het gedrag van de mensen te veranderen. Het functioneren van de kerk zelf is hierbij evenzeer aan de orde. Wat dit laatste betreft wordt er al vele jaren  van overal uit de kerk aangedrongen op veranderingen in het centralistische bestuur van de kerk,  op verruiming van de mogelijkheid voor gehuwden om tot priester te worden gewijd,  op een ruimere plaats in de kerk voor de vrouw en op een plaats voor haar in het ambt, en op meer democratie in die zin dat de leiding van de kerk meer luistert naar de basis en raadpleegt en argumenteert. De mensen willen kunnen ervaren dat ze worden gehoord.

De punten die ik hier noem zijn alleen nog maar zaken van kerkdisciplinaire aard. Ook de formuleringen van de geloofswaarheden zijn aan herziening toe.

Al het voorgaande is ook van groot belang als we spreken over de toekomst van de parochie, dat kleine plekje dat kerk is met en in de Kerk.

Intussen wordt de parochie, evenals vele andere parochies in het land, geconfronteerd met een nijpend priestertekort. Was het vroeger de pastoor die zo ongeveer in zijn eentje de parochie runde, de verantwoordelijkheid droeg en de zeggenschap had, nu zijn wij het zelf die alle taken op ons nemen. De beroepsmatige deskundigheid, die daarvoor nodig is, is maar schaars beschikbaar. Het samenwerkingsverband van de elf parochies in onze regio beoogt  de beschikbare pastorale man/vrouwberoepskracht zo efficiënt mogelijk in de parochies in te zetten. Maar zonder de inzet van veel vrijwilligers zal het niet gaan. Het is voor de komende jaren van belang dat de parochie voor de structuur van samenwerkende  parochies gekozen heeft, boven het zogenaamde fusiemodel, om haar eigen zelfstandigheid te kunnen behouden en niet op te gaan in de betrekkelijke anonimiteit van een grote regionale parochie. Zelfstandigheid en saamhorigheid. De betekenis daarvan voor de vitaliteit van de parochie mag niet worden onderschat. Het zijn hoedanigheden die met kracht moeten worden verdedigd, maar anderzijds hoge eisen stellen aan de eigen werkzaamheid van de parochie.

De parochie leeft van haar vieringen. Bij zeer velen van ons is de herinnering aan de wekelijkse Eucharistieviering nog levendig aanwezig. Met de hulp van enkele emeriti priesters kan slechts eens in de vier à vijf weken een Eucharistieviering gehouden worden. Dit  is van wezenlijk belang, maar biedt geen continuïteit. Het is teren op reserves van het verleden. Bij herhaling werd door de vorige en wordt door de huidige paus benadrukt dat de Eucharistie het centrum van ons geloof is en wordt de wekelijkse viering daarvan zoal niet voorgeschreven, dan toch dringend aanbevolen. Dit vraagt om creatieve oplossingen om vieringen rond de symbolen van brood en wijn mogelijk te maken wanneer de parochie in gebed verenigd weet dat Jezus onder ons tegenwoordig is. Tot nu toe houdt de kerk vast aan de oude formuleringen om haar geloof, ook in de teksten van de liturgische vieringen, te verkondigen. Juist hier is grote behoefte aan aanpassingen om ons te kunnen blijven inspireren.

Voor een vruchtbare toekomst van de parochie zal het accent liggen op haar wekelijkse vieringen en op de vieringen die passen bij de bijzondere dagen en gebeurtenissen die in ieders persoonlijk leven voorkomen. Ook dat zouden parochievieringen kunnen zijn. En voor zover we voor het ontwikkelen en uitvoeren van de vele mogelijke vieringen de deskundigheid niet in eigen huis hebben – en laten we daarin vooral kritisch zijn – moeten we die deskundigheid ‘inhuren’.       Dilettantisme kan alleen maar schadelijk zijn.

En hoe ziet de parochie er nu over vijftig jaar uit? Dat weet ik nog altijd niet. U hebt wel begrepen dat ik denk dat er een heel programma voor ons ligt. Er is werk aan de winkel. De kerk zal bevolkt worden met nieuwe mensen, die anders zullen zijn dan wij nu. Zoals wij vijftig jaar geleden anders waren, dan we nu zijn. Die mensen maken de kerk, de parochie. Ik zou willen dat ik het kon mee maken.

Timo Harmsen

Bennekom, 25 juni 2007

By | 2017-05-10T15:19:13+00:00 juni 25th, 2007|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment