Bisschop Eijk: Euthanasie getuigt van gebrek aan moed.

//Bisschop Eijk: Euthanasie getuigt van gebrek aan moed.

Bisschop Eijk: Euthanasie getuigt van gebrek aan moed.

Uittreksel van een interview met bisschop Eijk in de Staatscourant van 28 april 2008. http://staatscourant.republisher.modernmedia.nl/29080/default.aspx#2

Het interview van Marlies Hooimeijer met Mgr. Dr. Wim Eijk is deel twee van het drieluik: ‘Dilemma’s rond het vrijwillig levenseinde’. Mgr.Eijk is arts en moraal theoloog en promoveerde in 1987 tot doctor in de geneeskunde op een proefschrift over euthanasie in relatie tot het rooms-katholieke standpunt. De andere interviews zijn met Peter Holland, voorzitter KNMG en met psychiater dr. Boudewijn Chabot.

 

Het lichaam behoort essentieel –wezenlijk- bij de mens. De mens is niet slechts bewustzijn. Zijn geestelijke en lichamelijke dimensie zijn beide manifestaties van God op deze wereld. Daarom kan, hoe ontluisterd en aangetast het lichaam ook moge zijn, de mens daarvan geen afstand doen, als een werktuig dat zijn dienst heeft gedaan. Over eigen leven en dood, noch over dat van een ander, komt de mens geen volledig beschikkingsrecht toe.

 

Eijk sluit actieve levensbeëindiging onder alle omstandigheden uit. Sedert begin jaren tachtig zijn we het hellend vlak opgegaan. Eerst euthanasie op verzoek van een terminale lichamelijk zieke patient. Toen van euthanasie bij psychiatrische aandoeningen (Chabot arrest) naar ‘klaar met leven’ (pil van Drion), tot actieve levensbeëindiging bij gehandicapte pasgeborenen. Daarmee werd een barrière doorbroken, omdat er werd beslist over leven en dood zonder toestemming van de betrokkene.

 

Twee euthanasie gevallen stonden recent zeer in de aandacht. De Franse kankerpatiënte Sébire  en de Belgische schrijver, Altzheimerpatiënt, Hugo Claus. Claus wordt moedig gevonden. Eijk vindt dat Claus geen moed toonde maar toegaf aan lijdensangst. Het getuigt van moed om je eigen kwetsbaarheid onder ogen te zien en ook de aantasting van gezondheid te durven ondergaan. En wat de franse Sébire is overkomen is natuurlijk vreselijk. Maar de kerk verheerlijkt het lijden niet of zegt dat het tot het einde moet worden uitgedragen. Het is zelfs een verplichting om het lijden zoveel mogelijk te lenigen. Pijnstillende middelen kunnen het bewustzijn verlagen, ook als dat als bijwerking heeft het levenseinde te bespoedigen. Zelfs de zogenoemde palliatieve sedatie, waarbij het bewustzijn geheel wordt weggenomen is mogelijk, mits de patiënt “vooraf de laatste sacramenten heeft ontvangen, is voorbereid op de eeuwige ontmoeting met zijn schepper en heeft voldaan aan zijn sociale verplichtingen, zoals het regelen van zijn erfenis”.

 

Bij een hogere dosis pijnstillende middelen dan strikt noodzakelijk is, is het versnelde levenseinde geen bijwerking meer van de palliatieve sedatie, maar actieve levensbeëindiging. Het komt daarbij voor dat niet de patiënt dat wil, maar de arts of de omstanders.

 

Er is geen algemene plicht het leven zolang mogelijk in stand te houden. Er kan soms afgezien worden van (verdere) behandeling als er geen geproportioneerde middelen meer voorhanden zijn. Als van een chemokuur alleen maar onaangename bijwerkingen te verwachten zijn. Het lichamelijk leven heeft wel een essentiële waarde, maar geen absolute waarde.

 

Kunstmatige voeding en vochttoediening is gecompliceerd en risicovol en kan een ongeproportioneerd middel blijken te zijn. In dat geval is versterving –het onthouden van voedsel en vocht- toegestaan.

 

Eijk spreekt ook over zijn eigen lijden toen hij in 2001 getroffen werd door een herseninfarct. Zijn godsvertrouwen is in de revalidatieperiode enorm versterkt. Je bent je er van bewust dat je fysieke kwaliteit bijkomstig is. Je essentiële kwaliteit is dat je een menselijke persoon bent, die zijn bestemming heeft in God, in het eeuwige leven.

 

Euthanasie en zelfdoding zijn vaak een ‘cry for help’. Palliatieve zorg kan een uitweg bieden. Zorgzame aandacht kan het verlangen naar euthanasie doen verdwijnen. Je ziet dat mensen opnieuw opveren en ook in de terminale fase nog heel wat van hun leven maken.. ‘Palliatieve zorg voegt geen dagen toe aan het leven, maar leven aan de dagen’.

 

Palliatieve zorg is bij ons pas betrekkelijk laat ingevoerd. Het is ontwikkeld in kleine hospices, maar sedert de tweede helft van de negentiger jaren besteden ook de grotere instellingen hieraan meer aandacht. Er is een vrij sterke daling van het aantal euthanasiegevallen. Dat kan liggen aan verbetering van palliatieve zorg. Daarvoor pleiten we al sinds de jaren tachtig..”We vertolken in de euthanasiediscussie weliswaar geen meerderheidsstandpunt, maar zullen de ethische complicaties van ons geloof blijven uitdragen. Met verve!”

(bewerkt door Timo Harmsen, 3 mei 2008

By | 2017-05-08T15:38:44+00:00 mei 3rd, 2008|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment