De ecclesia juridiciali – Over de juridische kerk

//De ecclesia juridiciali – Over de juridische kerk

De ecclesia juridiciali – Over de juridische kerk

Nu in ons bisdom een proces van verandering van de bestuursstructuur aan de gang is, waaronder in het bijzonder de samenvoeging van parochies, worden wij gevoelig geconfronteerd met het kerkelijk recht, met name hoe het bestuur van de kerk is georganiseerd. Het kerkelijk recht dienaangaande vinden we in het kerkelijke wetboek – “Codex Iuris Canonici” – en de daarop gebaseerde regelingen. Voor ons onderwerp is in het bijzonder van belang het “Algemeen reglement voor het bestuur van een parochie van de Rooms Katholieke Kerk in Nederland”.

 

Het huidige kerkelijk wetboek is door de vorige paus Johannes Paulus II afgekondigd in 1983. Naar hij daarbij zei, ademt dit herziene wetboek de geest van het Concilie – het Tweede Vaticaans Concilie, 1962-1965. Het moge zo zijn dat in het wetboek het hoofdstuk over het Volk Gods vooraf gaat aan dat over de Hiërarchie, anders dan het concilie voor ogen stond draagt de Kerk nog altijd haar autocratische piramidale top-down structuur, waarin op nagenoeg alle niveaus van de organisatie het bestuur in handen is van gewijde ambtsdragers en waarin de gewijde priester “als enige bevoegd is  ‘geldige’ (d.w.z. juridische erkende) sacramentele handelingen te verrichten”. [..] “Het concilie daarentegen stond een ander kerkmodel voor ogen: “minder strikt hiërarchisch, maar meer organisch en op het geheel van de gemeenschap gericht.” (“Kerk en Ambt, Onderweg naar een kerk met toekomst”) Het concilie is er zelf niet toe gekomen zaken ook juridisch te regelen. Men ging uit van de goede trouw van de ambtenaren van het Vaticaan. Maar in feite zijn alle openingen naar een meer ‘democratische’ opzet van de kerkstructuur teruggedraaid.

Dit te constateren zal ons niet veel helpen als wij verzet in ons voelen opkomen tegen de ons van boven opgelegde fusie van de parochies van het Parochieverband Veluwe-Rijn en van de 47 andere parochieverbanden in het bisdom. Het lijkt er op of onze kerkelijke leiders op de autocratische structuur van de bestuursorganisatie worden uitgezocht. Dit leidt er toe dat zij de wettelijk voorgeschreven ‘hoor’ van hun adviesraden formeel wel toepassen, alleen, zij ‘luisteren’ niet. Het probleem zit in de eenhoofdigheid van het bestuur, de eenhoofdige zeggenschap die van de paus, via de bisschop neerdaalt naar de pastoor, die op zijn beurt weer de baas over de parochie is. De eenhoofdigheid van het bestuur wordt nog eens versterkt door de regel dat de bisschop degenen die hem in zijn taak bijstaan doorgaans naar believen benoemt en kan ontslaan. Op ieder niveau hangt het bestuur weer af van de wijsheid van de ene man die de touwtjes in handen heeft.

In de parochies echter wordt de eenhoofdigheid van het bestuur getemperd door een unieke en van het kerkelijke wetboek afwijkende regeling, het hierboven al genoemde “Algemeen reglement voor het bestuur van een parochie van de Rooms Katholieke Kerk in Nederland“In Nederland is het eenhoofdige leiderschap in een parochie genuanceerd doordat het Algemeen Reglement niet uitgaat van adviseurs náást de pastoor maar van een bestuur waarin de pastoor als voorzitter is opgenomen. Op deze wijze maakt de pastoor dus deel uit van een collegiaal bestuur, zij het dat hij op grond van het kerkelijk recht wel specifieke (extra) bevoegdheden heeft”.  (Zie “Handboek voor parochiebesturen” van Petra Stassen en Ad van der Helm, p.26-28)

Alom staat mensen het eenhoofdig bestuur, uitgaande van een paus die alles voor het zeggen heeft, fors tegen. Als daartegenover wordt gesteld dat een eenhoofdig gezag toch zijn eigen mogelijkheden heeft als het maar ‘democratisch’ wil functioneren, goed wil luisteren en veel mensen wil raadplegen, dan is meteen duidelijk wat er aan schort in de kerk. Het gezag functioneert niet democratisch, en als er al ‘geraadpleegd’ wordt omdat de kerkelijke wet het voorschrijft wordt er veelal niet ‘geluisterd’.

In de parochie zijn er naar kerkelijk recht gelegenheden om te raadplegen en te luisteren. Behalve in het reeds genoemde collegiale bestuur, ook in de pastorale raad en/of in de parochievergadering. Ook in onze parochie kennen we een parochievergadering. In een parochie kunnen bestuur en adviesorganen goed en vruchtbaar werken juist door de nabijheid van de parochianen. Maar helaas, als de parochie per 1 januari 2010 in het grote geheel van een regioparochie is opgenomen is het met die nabijheid gedaan. Het belang van sterke , plaatselijke geloofsgemeenschappen , ook in de nieuwe structuur, wordt weliswaar vanuit het bisdom regelmatig benadrukt. Maar  de gevolgen van de nieuwe structuur `voor onze gelovige gemeenschappen worden kennelijk geheel anders door ons ingeschat. We zijn van mening dat wij hier, aan de basis zelf , tot die inschatting veel beter in staat zijn. Het gevaar van een verdere afbraak t.g.v. de nieuwe structuur in combinatie met de wijze waarop nu het gezag wordt uitgeoefend is ons inziens. levensgroot.

 

Tot slot, het lijkt mij duidelijk dat in het grote geheel van een regioparochie, waar de lokale gemeenschappen kilometers ver uiteen liggen, een zinnige toepassing van de regels van het kerkelijke recht omtrent het bestuur van de parochie door een collegiaal bestuur en in samenwerking met adviesraden van betrokken parochianen niet mogelijk is. Het is mede om deze reden dat een fusie zoals die aan de regio wordt opgelegd in strijd is met de letter en de geest van de wet. Aan de letter van de wet zal deze bisschop wel weten te voldoen, Maar aan de geest?  Jezus zei toch dat we de wet niet naar de letter maar naar de geest moeten verstaan.

Het besluit tot deze fusie lijkt onomkeerbaar. Dan dringt de vraag hoe wij “de schade kunnen beperken” en hoe wij onze eigen plaatselijke organisatie kunnen aanpassen zodat wij onze invloed kunnen optimaliseren.
(Wordt vervolgd)

By | 2017-05-04T17:19:30+00:00 februari 1st, 2009|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment