Adieu Parochie – vervolg

//Adieu Parochie – vervolg

Adieu Parochie – vervolg

Een citaat: “Een parochie is sinds het Tweede Vaticaans Concilie primair te verstaan als een ‘gemeenschap van christengelovigen’.Deze gedachte wordt ook in het Wetboek van kerkelijk recht verwoord. Daarvóór was de parochie vooral het werkgebied van de pastoor, waarbij het territorium en het kerkgebouw onmisbare elementen waren. Er is hier geen sprake van een subtiele verschuiving, er is sprake van een principieel andere benadering die in elk geval uitdrukt dat een parochie vooral en met name een gemeenschap van mensen is, vóórdat aangegeven wordt wie over deze gemeenschap de leiding heeft”.(Petra Stassen en Ad van der Helm,”Handboek voor parochiebesturen”, bl.24)

 

Het woord gemeenschap en dan vooral in de betekenis van parochiegemeenschap spreekt ons aan. Het gevoel gemeenschap te zijn willen we behouden. De aangekondigde fusie van parochies leidt, zoals ik in mijn vorige artikel en eerdere artikelen heb betoogd, tot verlies van bestuurlijke zelfstandigheid. .En het is dit verlies van zelfstandigheid dat velen onder ons vervuld met zorg om de saamhorigheid in en de betrokkenheid bij de gemeenschap. Binnen onze parochie is al meerdere malen en van verschillende kanten aan die zorg uitdrukking gegeven. Ook in reacties die ik op mijn artikel heb ontvangen, klonk die bezorgdheid door en bleek van instemming met mijn voorstel tot oprichting van een stichting om de betrokkenheid bij de rk- kerk en de onderlinge samenhang van de plaatselijke katholieke gemeenschap te bevorderen en zoveel mogelijk financieel te ondersteunen..

 

Het lijkt mij nuttig om aan de hand van hierbij staand schema de bestuursstructuur zoals die op 1 januari 2010 zal bestaan, van nabij te bezien.
(Vanwege de omvang voor verzending per e-mail is de afbeelding weggelaten.

Het schema staat ook elders  op de website.)

 

 

De elf huidige parochies en de Wageningse studentenparochie zullen worden bestuurd door een parochiebestuur onder voorzitterschap van de pastoor. De leden van het bestuur worden, zoals altijd al het geval was, benoemd door de bisschop. De mogelijkheid om, bijvoorbeeld via de parochievergadering, kandidaten voor het bestuur voor te dragen, verliest veel aan democratische betekenis als het om één bestuur voor twaalf lokale geloofsgemeenschappen gaat in plaats van om een voormalige parochie. In dezelfde mate wordt de invloed van de bisschop er door vergroot.

Het bestuur bestuurt de parochie. als college, dat wil zeggen gezamenlijk. Dit omvat mede de pastorale zorg, zij het dat die  in het bijzonder wordt gedragen door het pastoraal team onder voorzitterschap van de pastoor, die tevens de eindverantwoordelijkheid heeft. De eindverantwoordelijkheid van de pastoor ontslaat de overige bestuursleden niet van hun pastorale mede-verantwoordelijkheid. Het pastoraal team maakt geen deel uit van het parochiebestuur.

 

Onder het bestuur ressorteren, naast de pastorale zorg,  vele overige zaken en taken van secretariële, administratieve en zakelijk economische aard. Een deel van die taken zullen gecentraliseerd  uitgevoerd kunnen worden. Om het eigen karakter van de lokale geloofsgemeenschap tot gelding te laten komen, kunnen de lokatieraad en de pastoraatsgroep goede diensten verrichten. Het verdient aandacht dat de leden van lokatieraad en pastoraatsgroep worden benoemd door het parochiebestuur en dus niet door de lokale geloofsgemeenschap. Lokatieraad en pastoraatsgroep staan onder verantwoordelijkheid van het parochiebestuur. De lokatieraad heeft daarom geen enkele bestuursbevoegdheid. Het ligt voor de hand dat lokatieraad en pastoraatsgroep belangrijke spreekbuizen zullen kunnen zijn van de lokale gemeenschap jegens het parochiebestuur.

 

Eén parochiebestuur met vele lokaties betekent ook één begroting. De begroting is het belangrijkste beleidsinstrument. Hij dient om het beleid dat het bestuur besluit te gaan voeren, financieel in cijfers te vertalen. Als men meer wil dan financieel haalbaar is, dan zal men keuzes moeten maken. Daarover beslist dan het bestuur en niet de lokale gemeenschap. Deze laatste is en heeft trouwens geen orgaan om beslissingen te nemen. En hier ligt nu het belang van de door mij voorgestelde stichting. Uitgangspunt blijft onze loyaliteit aan kerk en bisdom. Binnen die loyaliteit zal de lokale gemeenschap via het bestuur van de stichting haar inspraak meer gestructureerd kunnen doen gelden en dit sterker naar de mate waarin de stichting over geldmiddelen gaat beschikken waarmee zij het beleid van het parochiebestuur kan ondersteunen, dan wel een meer zelfstandige koers kan varen.

 

Tot slot. De wet laat de mogelijkheid om aan de stichting, die zelf geen leden kan hebben, een democratisch karakter te geven door de benoeming van de leden van haar bestuur te doen plaats vinden door belanghebbenden, leden van de geloofsgemeenschap. Dit en andere onderwerpen zijn punten ter nadere uitwerking. Met degenen die dat wensen vorm ik daartoe  gaarne een werkgroep. Laat van u horen per e-mail timoharmsen@planet.nl of per telefoon 0318-418405. Voor uw reactie kunt u ook gebruik maken van het enquêteformulier op de website www.rkkerkbennekom.nl.

 

Timo Harmsen, 17 september 2009

By | 2017-05-04T15:00:15+00:00 september 17th, 2009|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment