De eeuwige kosmos

//De eeuwige kosmos

De eeuwige kosmos

Bent u uit uw stoel opgeveerd toen u begin oktober in de koppen in uw krant las dat God de hemel en de aarde niet schiep, maar dat Hij ze scheidde? Maar even doorlezend werd het duidelijk dat deze wijze van presenteren een wat simplistische weergave was van de wetenschappelijke theorie van professor Ellen van Wolde in haar inaugurale rede “Terug naar het begin” aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. In haar rede  poneert zij de these dat de begintekst van Genesis “In het begon schiep God de hemel en de aarde” vertaald zou moeten worden als “In het begin waarop God de hemel en de aarde scheidde, …” Tegenover katholieknederland.nl zegt professor van Wolde:”Men denkt dat ik de idee van God als schepper afwijs. Maar dat doe ik niet. Als exegeet spreek ik over God in literaire zin. Ik heb geen stelling over God als realiteit buiten de tekst.”  De tekst van Ellen ten Woldes oratie kunt u vinden op www.ru.nl/oraties.

 

In het oude Nabije Oosten had men geen voorstelling van ‘niets’. Dan is scheppen ‘scheiden’. Orde scheppen in een ‘oersoep’. Tot in de late Oudheid, zo rond het begin van onze jaartelling, was er geen onoverkomelijke kloof  tussen God en de mensheid. “De [Griekse] filosofen waren het er allemaal over eens dat mensen, dieren met een ratio,  een goddelijke vonk in zich droegen: een wijs man als Socrates was het vleesgeworden transcendente ideaal van wijsheid en was daarom een zoon van God en een avatar [incarnatie…tm] van het goddelijke”. Anderen geloofden God te kunnen leren kennen door te contempleren op het universum. Of dat het universum eeuwig uit God voortvloeide en dat de materiële wereld eigenlijk een soort overvloeisel was van Gods bestaan. “ Maar in de vroege vierde eeuw begonnen mensen het gevoel te krijgen dat de kosmos door een brede, bijna onoverbrugbare kloof van God was gescheiden.” .”De oervraag “Waarom bestaat er iets, terwijl er net zo goed niets zou kunnen bestaan?” was  geen bron meer van ontzag, verwondering en vreugde, maar was vervangen door een duizelingwekkende, misselijkmakende angst. De mogelijkheid van het Niets  bedreigde begin en einde van het menselijke bestaan.”
In het begin van het christendom begon de leer van de schepping uit het niets (creatio ex nihilo) zich te ontwikkelen. De filosofische idee van de eeuwige kosmos berustte op bijgeloof, omdat de natuur dan een tweede eeuwige God naast God zou zijn. “Niets kon uit niets voortkomen, dus het universum zou alleen uit de oerleegte kunnen zijn opgeroepen door de God die ook het leven was”. Het bestaan van een eeuwige onafhankelijke materie laat zich niet verstaan naast het geloof aan een almachtige God, van wiens wil al het zijnde afhankelijk is.

De leer van de schepping uit het niets is in onze dagen de crux van het christendom. Daarmee staat of valt de leer van of het geloof aan een God die in de wereld werkt en als schepper boven de mens staat. En al weet de wetenschap en weten wij (nog?) niet hoe de kosmos, het gehele universum dan wel ontstaan is, met een schepping uit het niets valt goed te leven, om het maar zo te zeggen. Het vervult ons bij voortduring met intense verwondering. Zozeer zelfs dat bisschop Eijk een paar weken geleden in het tv-programma het ‘Elfde Uur’ tegenover Jan Marijnissen het bewijs probeerde te leveren van het bestaan van God. Jan Marijnissen pareerde de poging van bisschop Eijk met een veelheid van argumenten, de evolutietheorie incluis. Zijn mooiste argument was het beroep op wat zijn moeder hem altijd zei.“Jan”, zei ze, “God laat zich niet bewijzen.” Bisschop Eijk moest wel toegeven dat het een filosofisch bewijs was waarop hij zich beriep. Wat wij om ons heen van de wereld zien is zo ontzagwekkend en complex, dat kan niet zo maar vanzelf ontstaan, daar moet dus wel een schepper aan te pas zijn gekomen.

 

Mag deze kleine filosofische exercitie passend zijn voor de maand van de spiritualiteit.

Timo Harmsen, 24 oktober 2009

Geraadpleegd:

–www.katholieknederland.nl

–Ellen van Wolde, Terug naar het begin. Waarom Genesis 1,1 niet gaat over Gods schepping van hemel en aarde.

–Karen Armstrong, De kwestie God, i.h.b. bl.150-153.

By | 2017-05-04T14:53:18+00:00 oktober 24th, 2009|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment