Geloven doe je niet in woorden

//Geloven doe je niet in woorden

Geloven doe je niet in woorden

Een citaat uit het artikel “Wat zou Jezus gedaan hebben” van Mieke Konst in ons maandblad van juni: “Toen kwam de communie.[……] Maar toen hij [de pastoor..TH]  bij de pastor van het huis [van protestantse huize..TH]  kwam, sloeg hij haar over en gaf hij haar enkel de hand. Even dacht ik het niet goed gezien te hebben, maar het verdriet op haar gezicht nam mijn twijfel weg. De rest van de viering was ik er niet meer echt bij.”

Beter dan Mieke in haar artikel doet kunnen haar – en ook onze – gevoelens van verbijste­rende schrik niet onder woorden worden ge­bracht.

Woorden schieten te kort om de diepste roer­selen van onze ziel tot uitdrukking te brengen. Taal is een ongeschikt middel om antwoord te geven op onze existentiële vragen, op de vraag naar onze relatie met God als de meest existentiële. Het is hier mee als met wat Augustinus antwoordde op de vraag “Wat is tijd? Wanneer niemand het mij vraagt, weet ik het. Maar wanneer iemand het me vraagt weet ik het niet.” Zo ligt ons antwoord op de mysteries van het geloof verborgen in het diepste van onze ziel. Niet met woorden, alleen met onze intuïtie, met ons gevoel benaderbaar. Wat we niet in woorden met elkaar kunnen communiceren vieren we in symbolen en in de riten en rituelen van onze liturgie. De woorden die we daarin spreken zijn de symbolen, die staan voor wat we in ons diepste binnenste zien als ons geloof. Geloof is daarmee de gave, de genade van het zien, of zoals Augustinus zei: “Geloof is aannemen wat wij niet zien, en de beloning voor geloof is zien wat wij aannemen”. De verkondiging van het geloof raakt slechts aan de buitenkant. Onze aanname schenkt de genade van het zien. In dit aller intiemste moment in onze relatie met God zijn we onaanraakbaar. Een oordeel daarover komt niemand toe.

Nog een citaat uit ons maandblad van juni. In zijn artikel “Van het parochiebestuur” schreef Jack Peerlings, de vice-voorzitter van de Z.Titus Brandsmaparochie, over de essentiële – d.i. on­misbare – voorwaarden waaraan vitale geloofs­gemeenschappen moeten voldoen willen ze zelf verantwoordelijkheid voor de toekomst (kunnen) dragen. “Ten eerste een pastoraal team dat zichtbaar en de parochianen nabij is. Daar is verbetering mogelijk en daar wordt samen met het pastoraal team aan gewerkt.” Een ietwat cryptische zin vind ik het. Maar de verborgen betekenis van ‘zichtbaar’ en ‘nabij’ werd me duidelijk toen ik het hierboven genoemde artikel van Mieke Konst las.

Intussen vraagt ook de uitslag van het onderzoek naar de visie en identiteit van onze geloofsgemeenschap onze aandacht. Bij stelling 18 “Wie hoort er bij”, antwoordde 79% van de geënquêteerden dat je als betrokken parochiaan, ook als niet rooms-katholiek, kan deelnemen aan de sacramenten van onze lokale gemeen­schap. Hier rijst voor mij het beeld op van de kerk als Gods volk, van waaruit de H.Geest het geloof doet oprijzen en als een fontein in een paraplu van genade over de wereld doet neerdalen.

By | 2017-05-02T16:05:23+00:00 juni 6th, 2010|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment