“Des Prêtres de plus en plus rares”

//“Des Prêtres de plus en plus rares”

“Des Prêtres de plus en plus rares”

I Op vakantie in Avignon, de Zuid Franse stad waar in de veertiende eeuw, tengevolge van verwarde toestanden in Rome, achtereenvolgens zeven pausen resideerden, zagen we een aan­plakbiljet van Le Monde, een toon aangevende krant in Frankrijk, met als tekst de bovenstaande titel, die in vertaling luidt: “Katholieke kerk: Priesters, er zijn er steeds minder”. Het duidt op een situatie die in Frankrijk net zo nijpend is als in Nederland en eigenlijk als in heel West Europa.

Het openbaar worden van seksueel misbruik van minderjarigen door rooms katholieke priesters – in de Verenigde Staten van Amerika en in verschillende landen in West Europa – heeft het debat over het verplichte celibaat sterk aange­wakkerd, al is dit debat op zich zelf geen nieuw fenomeen.. Al heel lang gaat in de Franse sacristieën het mopje dat op het volgende Vaticaans concilie – in een verre onzekere toekomst – de bisschoppen komen met hun vrouwen. Op Vaticanum IV zullen de bisschoppen komen met hun mannen. Een flauw mopje mag het lijken, maar het geeft uiting aan de door een brede opinie gedragen overtuiging dat ooit de Kerk gehuwde priesters en bisschoppen zal toelaten en dat op de duur ook vrouwen priester en bisschop gewijd zullen worden. Decennia lang wordt overal in West Europa tevergeefs om deze hervormingen geroepen. We kunnen argumenteren wat we willen; – dat het celibaat geen geloofswaarheid, geen goddelijke wet is, slechts een kerkelijk disciplinaire regel, die naar tijd en omstandigheden gewijzigd kan worden, zoals ook het verplichte celibaat pas in de twaalfde eeuw is ingevoerd; – dat het kerkelijk wetboek uitzonderingen op de celibaatregel kent op grond waarvan anglicaanse priesters en protestantse dominees die tot de rooms katholieke kerk zijn toegetreden, priester gewijd kunnen worden – dat de Oosters orthodoxe Kerken, ook de met Rome geünieerde, gehuwde priesters kennen – geen enkel argument, hoe overtuigend ook, zoals de duizelingwekkende val van het aantal priesterroepingen, lijkt de Kerk te kunnen afbrengen van haar traditie van seksuele onthouding van de clerus. In tegendeel. De Kerk gaat maar door van het priestercelibaat een soort van dogma te maken. Met een beroep op de conformiteit aan de celibataire Christus plaatst zij de priester op een goddelijk voetstuk. Slechts via de sacramentele bediening van de priester kunnen wij deel hebben aan de goddelijke genade.

II Dat hervormingen van Rome komen, lijkt vooralsnog onvoorstel­baar, behalve als je wilt dromen van een onvoorzienbare revolutie in de top van de Kerk. Verwachtingen koeste­ren dat er, wat het celibaat betreft, binnen afzienbare tijd veranderingen komen zijn dus niet realistisch. Maar hoe dan verder? De Kerk schrijft voor dat slechts gewijde mannelijke en celibataire priesters geldig de consecratiewoorden over het brood en de wijn kunnen uitspreken. (Ook dit voorschrift dateert pas uit de 12e eeuw.) Maar de Kerk leert ook dat de eucharistie de bron is waar zij van leeft. Hierdoor lijkt de Kerk zich in een impasse te bevinden. Door barrières voor de toegang tot het priesterschap wordt de bron ontoegankelijk. Hypocriete ‘Romeinse’ oplos­singen als: ‘wie de wet respecteert is ontslagen haar na te leven’, of Afrikaanse door de wet gewoon naast je neer te leggen, passen niet in onze cultuur. Trouwens ook een belangrijk probleem voor de kerk: de cultuurverschillen in de wereld. Culturele globalisering is mogelijk noch wenselijk.

De redenering dat het priestertekort en daarmee het negatieve effect daarvan nog niet zo groot is als je het aantal priesters afzet op het totaal van de gelovigen die nog regelmatig in de kerk komen, ziet er aan voorbij dat die gelovigen verspreid zijn over een groot aantal lokale gemeenschappen met elk een eigen kerk en elk een eigen geschiedenis, identiteit en eigenheid. Eventuele maatregelen die verder gaan dan de recente bestuurlijke samenvoeging van paro­chies tast het onvervreemdbare restje autonomie van de lokale gemeenschappen aan. Het zou haar definitieve einde betekenen. Naar verluidt zou in de boezem van het pastoraal team en/of het parochiebestuur gewerkt worden aan een voorstel de beschikbare priester(s) op zondag tweemaal te laten voorgaan in de eucharistie­viering. In de ene locatie om 9 uur en in een naburige locatie om 11 uur. Om gemelde reden moet dit ten stelligste worden afgewezen. Bovendien vrees ik dat het de geloofwaardig­heid van de priester aantast en hem meer tot een rondreizende magiër maakt dan een inspirerende pastorale leider van een gemeenschap. Het zal hem op de duur doen verzuchten: “Heer, hier ben ik weer; kunnen die mensen het niet zelf?” Kortom een onzalig voorstel van de Zalige Titus Brandsma parochie…..

Tot slot een citaat uit de Brochure “Kerk en Ambt, Onderweg naar een kerk met toekomst”:

Het huidige priestertekort is beslist onnodig en in die zin irreëel. In veel parochies zijn momenteel mannen en vrouwen hartverwar­mend en inspirerend actief als eigentijdse gangmakers en bezielers,evangelische identifi­catie-figuren. Veel gemeenteleden zouden hen vol vertrouwen en graag inordenen als hun gemeenteleiders en als hun voorgangers in hun liturgische vieringen. Wij denken hierbijallereerst aan de officieel aangestelde pastorale werksters en werkers, maar ook aan de vele vrijwilligers. Deze vrouwen en mannen staan in het hart van hun overzichtelijke gemeenschappen.Dat geldt voor hen veelal meer dan voor de gewijde priesters. Die zijn aangesteld om – vaak in meerdere parochies – voor te gaan in sacramentele vieringen, vooral de eucharistie. Onontkoombaar worden zij zo tot hun eigen ontmoediging en frustratie steeds meer “vreemden” voor de kerkgangers.

By | 2017-05-02T16:02:11+00:00 juli 24th, 2010|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment