Kerk zijn in onze dagen

//Kerk zijn in onze dagen

Kerk zijn in onze dagen

Samenvatting  van de toespraak van drs Theo de Wit, emeritusdeken van Utrecht op dinsdag 29 november 2011, in de “Maria Virgo Regina” kerk in Bennekom.

Een zeventigtal parochianen waren bijeen gekomen  voor de toespraak van Theo de Wit. Er waren parochianen uit de geloofsgemeenschappen van Bennekom, Ede (Goede Herder), Doorwerth, Wageningen en Oosterbeek.  Dat Oosterbeek opvallend goed vertegenwoordigd was, is natuurlijk te danken aan het feit dat Theo de Wit van 1965 tot 1973 in Oosterbeek kapelaan is geweest en er vele vrienden gemaakt heeft.  In zijn toespraak herinnerde hij aan zijn Oosterbeekse tijd. Toen hij daar aan kwam, trof hij er een levendige parochie. We hadden net het Tweede Vaticaanse Concilie gehad dat een golf van bewegingen had doen ontstaan, overal in de parochies. En golven van enthousiasme.
Hoe anders is het nu, vijftig jaar later. Het Tweede Vaticaanse Concilie is verdampt en juist dezer dagen signaleerde het SCP in zijn rapport over de sociale status van Nederland dat de kerken nog maar het vertrouwen van 35% van de Nederlandse bevolking genieten. Radio en televisie, leger en politie, politieke partijen en regering, zij allemaal scoren hoger, 39 tot 75%. In tegenstelling met vijftig jaar  geleden is die lage score van de kerken bedroevend en beschamend.  De kerken hebben hun  vanzelfsprekende autoriteit verloren. Verontrustend is het dat  zij die autoriteit niet meer weten te veroveren, geen vertrouwen meer geven aan en ontvangen van de mensen. Het betekent dat de kerk niet meer missionair bezig is. Niemand wordt er blijkbaar enthousiast meer van. Het dwingt ons wel ons af te vragen waar we zelf staan. Bij de 35% die nog vertrouwen heeft  in de kerk, of bij de 65% die het vertrouwen in de kerk is kwijtgeraakt.

Mensen die je spreekt in de kerk zijn over het algemeen niet optimistisch over de toekomst van de katholieke kerk. Haar rol in de samenleving lijkt uitgespeeld.  En laten we wel zijn, we moeten ons er  vaak voor schamen. We zitten met grote ergernissen over de kerk. Haar hiërarchische structuur, die niet meer past in onze samenleving; er is geen democratie;  inspraak wordt niet aangemoedigd, wordt slechts mondjesmaat geduld. Hoe grote zegen het ook is dat we deel hebben aan een wereldkerk, het besturen van zo’n kerk wordt vaak als rigide ervaren, weinig afgestemd op de concrete situatie in ons land. Dan denken we aan vrouwen die in het hiërarchisch model van de kerk niet hoog scoren;  pastorale werkers en werksters, de opvattingen rond seksualiteit, het gebruik van condooms , het wantrouwen van het geweten van de individuele mensen die zich vaak gekleineerd voelen door allerlei regeltjes. De leiding van de kerk lijkt meer bezig met structurering en ordening dan met geloof- en levensinspiratie.

Veelvuldig zijn de gebeurtenissen en incidenten die onze ergernis en schaamte op wekken:  communie die wordt geweigerd aan een homoseksuele gelovige; een begrafenis die wordt geweigerd aan een man die koos voor euthanasie; het seksuele misbruik en de pogingen om het te verbergen en goed te praten, ten koste van de slachtoffers.  Het beeld dat het rapport van het SCP van de kerk schetst is niet verbazingwekkend, wel teleurstellend en frustrerend. Maar dodelijk? Nee!
Domme uitspraken als “Wir haben es nicht gewüsst” of uitspraken als van de hoofdredactrice van het Katholiek Nieuwsblad bij Pauw en Witteman , werken alleen maar negatief. Grote acties hebben geen zin. Zij brengen geen verandering in de leiding van de kerk. We worden er alleen maar moe van.

We leven in een donkere tijd, waar we doorheen moeten. We moeten weer de boodschap gaan uitstralen die onze hoge normen en waarden waarmaakt. Waar ligt dan onze kracht. Niet bij de leiders of het instituut, niet bij onze boosheid of onze frustratie: ‘In het donker groeit niets nieuw’.

Er was een jonge man in Krakau, die droomde dat hij naar Praag moest gaan, want daar lag een schat onder de brug. Ach, een droom, wie gelooft er nou in een droom?  Maar de droom keerde terug,  keer op keer, zodat de jonge man toch besloot de verre reis naar  Praag te maken. Daar vond hij de brug. Hoewel die door soldaten zwaar bewaakt werd, ging hij er toch elke dag heen, maar hij durfde er niet naar de schat te gaan graven. Het begon de bewakers op te vallen dat hij telkens weer bij de brug rondhing, zodat een soldaat hem vroeg wat hij er kwam doen. En hij vertelde de soldaat van zijn droom. “Hoe heet je”,  vroeg de soldaat hem, “en waar kom je vandaan?” “ Avram”, zei de jonge man, “en ik kom uit Krakau”. “Dat is vreemd”,zei de soldaat. “Ik droomde vannacht dat ik naar het huis van een zekere Avram in Krakau moest gaan, want er lag een schat in zijn huis. Maar er wonen zoveel Avrams in Krakau en bovendien, wie gelooft er nou in dromen?” De jonge man ging terug naar Krakau, begon te graven en vond de schat in zijn eigen huis.

We staan op een goudmijn: We hebben een kostbaar boek vol verhalen over God en de mensen, symbolen, rituelen, liederen gebeden, spiritualiteit; we hebben onze verbondenheid; en een wereldkerk.
God laat zich zien in zijn schepping, in de mens wie Hij zijn levensadem inblies. De mens met een levensopdracht.
We zien Gods gezicht in mensen, in profeten met hun dromen die van Hem spreken. En in een man uit Nazareth, die zoveel op God lijkt dat ze hem Zijn Zoon hebben genoemd.

Waar ligt onze kracht?  We moeten het niet zoeken in protest tegen kerk en kerkelijke instanties en regels. Dat is vermoeiend en onvruchtbaar. Je zoekt dan op een terrein waar je nauwelijks invloed op hebt.
“Daar waar je staat, ligt het goud”. Zoek het op je eigen terrein.
Essentieel is communicatie en verdieping, om de vitaliteit van de gemeenschap te voeden.
Dat vraagt op de eerste plaats om een goed kader: mensen die in de gemeenschap kunnen voorgaan bij een avondwake en uitvaarten; die een bezinningsbijeenkomst kunnen leiden of inleiden; een catechese voor kinderen kunnen verzorgen en andere dergelijke activiteiten. Dat is veel gevraagd. Dat zal een gemeenschap misschien niet allemaal in huis hebben.  Dat vraagt dan om samenwerking. En het volgen van cursussen en het lezen van boeken.

Verdieping voeden we in gespreksgroepen. Het samen lezen van boeken over spiritualiteit: “Waar draait het om als je Christen bent” van Timothy Radcliff; “Het hart van het Christendom” van Markus Borg;  “Eindelijk thuis” van Henry Nouwen, waarin hij kijkt naar het schilderij van de “Verloren Zoon” van Rembrandt. Het samen lezen en zingen van liederen en psalmen, bijvoorbeeld van Huub Oosterhuis, van Ida Gerhart. Je hoeft je niet te beperken tot katholieken of christenen:  “Overal kom ik U tegen”, zoals de lijfspreuk luidt van Titus Brandsma.
Organiseer een studiedag over de Vrouw in de kerk: de kracht van de vrouw, van Eva en Miriam, Esther en Judith en Maria, Moeder Teresa.
Bij de vitaliteit van de gemeenschap hoort ook haar sociale gezicht: Diaconaction: samen werken aan een sociaal of diaconaal project.

Een geloofsgemeenschap zonder sociaal gezicht is geen gezicht
een geloofsgemeenschap zonder wortels
sterft na een kortstondig leven
als een bloem in de vaas;
de kleurrijke bloemblaadjes
waaien weg
met de wind.

By | 2017-05-02T15:26:07+00:00 december 2nd, 2011|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment