Agnosten zijn wij allemaal

//Agnosten zijn wij allemaal

Agnosten zijn wij allemaal

In een persbericht van 16 december 2011 van het Sociaal en Cultureel Planbureau ter gelegenheid van de verschijning van het boek van Prof. dr.  J.(Joep) J. M. de Hart “Maak het nieuw! Over de religieuze ontwikkelingen en de positie van de kerken: een persoonlijke geschiedenis”  lees ik het volgende:

  • De belangrijkste religieuze ontwikkelingen van de afgelopen decennia zijn:
    de ontkerkelijking, de opkomst van migrantenreligies, en de verbreiding van sterk individueel beleefde opvattingen over spiritualiteit.
  • Onder de bevolking is een nieuwe opvatting van religie aan het ontstaan, die een breuk betekent met de in de vorige eeuw lang dominante visie.
  • De ontkerkelijking zal op termijn belangrijke gevolgen hebben voor de rol van de kerken als bron van sociaal kapitaal en gemeenschapszin.
  • Als de kerken de ambitie hebben moderne Nederlanders aan te spreken, dan zullen zij op een aantal punten zelf moeten veranderen.

We hebben geen moeite deze punten in ons eigen denken te herkennen en ook het leven van onze lokale geloofsgemeenschap is sterk onderworpen aan de invloed van deze ontwikkelingen. In de viering op nieuwjaarsmorgen gaven wij daarvan uiting in het bidden van ons Credo: “Ik wil blijven geloven in een kerk / die haar deuren wijd open zet, / waar ieder welkom is / en niemand buitengesloten wordt. / die geen onderscheid maakt / tussen man en vrouw / […..] die haar eigen grenzen overschrijdt / en een Tafel bereidt voor allen / die zich tot Jezus Christus bekennen / die het Woord van God in dialoog belijdt / [….] die niet heerst maar dient / [….] die haar crisis te boven komt / en blijft getuigen van hoop / die in haar leeft. Amen.”

De ontkerkelijking – wat een ander woord is voor kerkverlating – houdt verband met de verbreiding van sterk individueel beleefde opvattingen over spiritualiteit, wat er toe leidt dat mensen er geen behoefte meer aan hebben hun geloof in kerkverband te belijden. Maar dat wil nog niet zeggen dat de christelijke boodschap niet langer de grondslag van hun cultuur en hun moraal is. Zodra dat wel het geval is spreken we van ontkerstening. Zelfs in een ontkerstende of ontkerstenende samenleving zal de christelijke boodschap door zijn universele betekenis in de cultuur en de moraal blijven doorklinken, ook al wordt die niet als zodanig gekend of erkend, of zelfs niet eens meer als zodanig herkend. In een samenleving die in een proces van ontkerstening verkeert, zal op den duur de inspirerende kracht van de christelijke boodschap verdwijnen. Wat zal de samenleving dan nog bijeenhouden? Kerken zullen hun rol in de samenleving moeten blijven spelen. En mij beperkend tot de rooms katholieke kerk: om die rol te kunnen spelen is zij – en dat al meer dan een halve eeuw – dringend aan een verandering toe.

Sinds onheugelijke tijden dat de mens zich vragen stelt, – waar komen we vandaan, waar gaan we naar toe – is het bestaan van een andere wereld, een goddelijke wereld, die naar believen in onze wereld ingrijpt, een vanzelfsprekendheid geweest. Maar sedert het begin van de twintigste eeuw “waarin zich een explosie van kennis voordeed die het wetenschappelijk universum deed uitdijen tot een formaat dat het bevattingsvermogen van een enkel persoon ver overstijgt” [i]), is die vanzelfsprekendheid definitief uit ons denken verdwenen. In dit nieuwe  gedachtegoed is geen plaats meer voor de zekerheden van het oude gedachtegoed. Of, om het geleerd te zeggen: van het oude paradigma zijn we bezig over te gaan naar het nieuwe paradigma. Ook ons religieuze denken wordt daardoor in beslissende mate beïnvloed.

In  geloof en wetenschap staat centraal de vraag naar de zin van het leven. “De liefde, altijd de liefde”, zegt Antoine Bodar, ”Daarin staan de gelovige en de humanist dicht bij elkaar: in het opkomen voor de waardigheid van de mens.” [ii]) De liefde die alles te boven gaat en  de dood vermag te overwinnen. Dat is de  kern van de Bijbelse boodschap en de troost en de vreugde van het geloof. Dichter bij de waarheid kunnen we niet komen. Maar zekerheid?  Voor als we voor de laatste maal onze ogen sluiten, hopen we op een eeuwig leven in een hiernamaals waarvan we ons geen voorstelling kunnen maken. Maar als het zo zou zijn dat ons niets meer rest,  zal het ons niet teleurstellen; we zullen het niet eens weten.

 

[i]  Zie Robbert Dijkgraaf in NRC Weekend Wetenschap pag.6 van Zaterdag 31 december 2011 & Zondag 1 januari 2012

[ii] Zie Antoine Bodar in NRC Handelsblad Media pag. 36 van Vrijdag 23 december 2011

By | 2017-05-02T15:16:23+00:00 januari 3rd, 2012|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment