Joseph in Egypte, Genesis 37 e.v.

//Joseph in Egypte, Genesis 37 e.v.

Joseph in Egypte, Genesis 37 e.v.

Joseph, zoon van Jacob, werd het slachtoffer van de jaloezie van zijn broers die hem verkochten aan slavenhandelaren, die op weg waren naar Egypte. Toen de hongersnood in Kanaan toesloeg, moest zijn familie haar toevlucht zoeken in Egypte om er hulp en bijstand te vinden. De Bijbel vertelt hoe Joseph, die een hoge positie had weten te bereiken, in plaats van zich te wreken, zich om zijn familie bekommerde. Het Egyptische land oefende veel aantrekkingskracht uit op de uitgehongerde bevolking van minder vruchtbare streken.

De geschiedenis van Joseph – zoals we die uit de Bijbel kennen – stemt overeen met wat we weten van de XIIe dynastie (ca.2000 jaar v.Chr.) en van de dynastie van de Hyksos. (De Hyksos is de benaming voor de bevolkingsgroepen uit Klein-Azië die op het einde van het Middenrijk , – ca 1700 v.Chr.- Egypte binnenvielen.) De midjanitische of ismaëlitische (beide benamingen komen voor in de Bijbel) handelaren die hem kochten behoorden tot de talrijke handelaren die in de hele eerste helft van het tweede millennium v.Chr.  Egypte veelvuldig bereisden. De kanaanïtische steden Sichem en Dotan, die voorkomen in de reizen van Joseph (Genesis XXXVII), worden ook genoemd in andere bronnen. De opgravingen op deze twee plaatsen hebben aan het licht gebracht dat deze plaatsen gedurende het bronzen tijdperk (1500-1200 v.-J-C) bloeiende en welvarende steden waren. Sichem wordt genoemd in verscheidene Egyptische documenten uit de XIXe et XVIIIe eeuw v.Chr. Ook moet worden vermeld dat men  in een groot huis negen en zeventig huisbedienden telde, waarvan meer dan de helft Aziatische namen droeg, zoals Jacob, Issachar, Aser. De twintig sjekel waarvoor Joseph werd verkocht (Genesis XXXVII,28) was precies de gemiddelde prijs van een slaaf in de XVIIIe eeuw  v. Chr. En ten slotte, ook al waren talrijke Aziaten in Egypte slechts bescheiden huisbedienden, sommigen, zoals Joseph, hebben zich weten op te werken tot hoge functies.

De komst van Joseph’ broers, vanwege de hongersnood in hun eigen land, stemt overeen met wat we van deze periode weten. Egypte was een vruchtbaar land met vaak meer dan overvloedige oogsten . We hebben wat dit betreft de getuigenis van hongerige vreemdelingen die in dit land hun toevlucht waren komen zoeken. Deze rijkdom nam niet weg dat de opbrengst gedurende een reeks van jaren soms extreem mager was. Dit fenomeen ligt wellicht ten grondslag aan de “jaren van de magere koeien” die in Genesis genoemd worden. (Een inscriptie uit de hellenistische periode maakt gewag van een hongersnood die zeven jaar zou hebben geduurd.)

Veel andere items die in de Bijbel bewaard zijn gebleven, verwijzen naar typische Egyptische praktijken. Uit een fragment van een oud gevangenis-register en andere documenten weten we hoe het gevangenissysteem functioneerde:  de belangrijke gevangenissen stonden onder  leiding van een directeur  en de  bewakers die in zijn dienst waren, doen denken aan de leiding gevenden en toezicht houdende functionarissen  van Genesis XXXIX, 22. De gedetineerden werden geïnventariseerd naar zeven rubrieken die gingen van naam, sexe, enzovoort, tot de verklaring van goed gedrag, als reden tot vrijlating. Joseph was gevangen genomen op de leugenachtige beschuldiging door de vrouw van zijn werkgever (Gen., XXXIX). Voorbeelden van dergelijke zaken (vrouwen als verleidsters, seksuele intimidatie) vinden we ook in de Egyptische  literatuur uit de tijd van Joseph en later. De huismeester en de schenker speelden aan het hof van de farao’s een belangrijke rol, zo al niet een hoofdrol. De aanwezigheid in het verhaal van Joseph van een schenker en een bakker hoeft ons dus niet te verrassen. Joseph kon ook dromen uitleggen,  wat in de lijn lag van het geloof in die tijd (er bestonden in die tijd handboeken tot inwijding in de kunst van het droomuitleggen). Bij zijn in dienst treden ontving hij het koninklijke zegel en een gouden ambtsketen. Zo wilde het de  Egyptische traditie.  De wijze waarop hij werd gebalsemd en in zijn grafkist gelegd behoorde niet tot het Hebreeuwse maar  geheel en al tot het Egyptische ritueel.

Vertaald  uit “Atlas du Monde Biblique” : La vente de Joseph et son séjour en Egypte.© Librairie Larousse, 1989.

By | 2017-04-14T15:56:13+00:00 augustus 19th, 2013|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment