A self-fulfilling prophecy

//A self-fulfilling prophecy

A self-fulfilling prophecy

Volgens een document waarin bisschop Eijk de toekomst van de parochies schetst, zullen er in het aartsbisdom over een jaar of vijftien nog maar een stuk of twintig kerken over zijn. Dat is geen streefdoel, zegt de bisschop, maar een prognose. Hij vergeet er bij te zeggen dat het in het priestercentrale beleid dat hij voert, wel een zich zelf vervullende prognose is.

 

In de recentelijk voorbije jaren  zijn de plm 350 parochies in het aartsbisdom door samenvoeging teruggebracht tot 49 parochies, omdat er in het aartsbisdom maar ca.50 priesters beschikbaar waren om pastoor van een parochie te zijn. Daarover ontstond toen al een hele discussie die nu door de toenemende kerksluitingen alleen maar feller wordt. Een felle kerkpolitieke discussie tussen het bisdom Utrecht en een groeiend aantal parochies binnen dat bisdom. Bisschop Eijk zet in op een strakke regie, waarin centraal staat dat parochies georganiseerd worden rond een kerk – het zogenaamde eucharistisch centrum, waarin tenminste eens per week de eucharistie gevierd wordt en waar dus een priester voor beschikbaar is. Zo wordt het aantal priesters steeds meer de maatstaf voor de organisatie van de kerk en voor de vraag hoeveel kerken er nog open kunnen blijven.

Maar daarmee keert hij, voor wat het begrip van parochie betreft, terug naar het kerkelijk wetboek van 1917. Toen was de parochie het werkgebied van een pastoor rond een kerk. Sedert het kerkelijk wetboek van 1983 – uitgevaardigd door paus Johannes Paulus II om, zoals hij zei, de resultaten van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) daarin te verwerken – is de parochie een gemeenschap van christen gelovigen. Een gemeenschap van gelovige mensen die elkaar in naastenliefde nabij zijn, het reilen en zeilen van het leven met elkaar delen, en de evangelische boodschap proberen te representeren in  de maatschappij  waarvan zij deel uitmaken. Een parochie is meer dan een kerk waar een priester de mis leest.

 

In de aanloop naar en nog tijdens de eerste twee jaren van de fusie per 1 januari 2010 is ons herhaaldelijk verzekerd dat het bestaan van vitale lokale geloofsgemeenschappen een bestaansvoorwaarde  is voor het bestaan van een vitale ZTB-parochie. Dat berustte op het juiste socio-psychologische inzicht dat mensen vanuit de kracht van de eigen identiteit nu eenmaal eerder en beter zouden participeren. Onze Bennekomse geloofsgemeenschap was en is nog altijd een vitale geloofsgemeenschap. Des te sterker voelen we de centraliserende tendens in het beleid van het parochiebestuur. De maatregelen die in het kader van bedoeld beleid worden getroffen, tasten nu juist die eigen identiteit aan  Die maatregelen: Het centrale parochieblad ‘Titus breed’, met verbod voor een lokaal blad, althans een lokaal blad wordt niet langer door de penningmeester van het parochiebestuur gefaciliteerd; de zogenaamde vijfde zondagen; op de vijfde zondag in de maand, – een verschijnsel dat vier keer per jaar voorkomt – mag er in de lokale gemeenschappen geen eigen viering worden gehouden; er worden locatie overstijgende koren van verschillende zangstijlen – Nederlands, Latijns, Gregoriaans, Jongerenkoor, Kinderkoor – opgericht die centraal op de locaties worden ingeroosterd. Jawel, de lokale koren mogen blijven bestaan, maar de centrale inroostering doorkruist het eigen lokale programma, en bovendien een professionele dirigent, zoals voor ons eigen gemengde koor, wordt dan niet meer door de penningmeester van het parochiebestuur betaald. Allemaal bedoeld om de mensen te bewegen naar Wageningen te gaan. Maar dat doen de mensen niet, ook al kunnen ze dan ook niet meer in hun lokale kerk terecht.  Geen wonder dat de bisschop in zijn document constateert dat vanwege ontkerkelijking het aantal parochies drastisch zal teruglopen. Hij jaagt de mensen zelf de kerk uit.[1]

[1] ) Ten diepste schuilt het probleem van de kerk en de ontkerkelijking in de omstandigheid dat de kerk in de middeleeuwen is achtergebleven. Zij heeft verzuimd haar leer te duiden in de context van de moderne tijd. Het ambt in de kerk, de plaats van de clerus en de gewone gelovige, in het bijzonder van de vrouw, ook in het bestuur van de kerk, de betekenis van wat tot nu toe de transsubstantiatie wordt genoemd moeten opnieuw worden doordacht. Drie pausen na Johannes XXIII hebben dat verzuimd en de ene – Johannes Paulus I -waarvan ‘men’ vreesde dat hij het zou gaan doen, werd niet de tijd gegeven. Na 33 dagen stierf hij eenzaam in zijn slaap. Paus Franciscus lijkt het wel te gaan doen, getuige enkele opmerkelijke initiatieven, die zelfs de aandacht krijgen van niet-katholieken tot verstokte atheïstische liberalen aan toe. Zodanig zelfs dat ze hun bezorgdheid over het welzijn van paus Franciscus uitspreken. Hoe het zij, veranderingen komen niet van de ene dag op de andere tot stand. Het gaat nog een mensenleven lang duren. Ondertussen moeten wij aan de basis de kerk overeind houden, te  beginnen met de eigen lokale geloofsgemeenschap, de vrouwen voorop, zoals wij in onze eigen geloofsgemeenschap ervaren. Maar wel met meer lef en durf. In Wageningen maken ze niet alleen de dienst uit.

By | 2017-04-14T14:20:17+00:00 maart 30th, 2014|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment