Mijn Misboek

//Mijn Misboek

Mijn Misboek

Uit mijn prille jeugdjaren heb ik slechts een paar lievelingsboeken weten te bewaren. Boeken die ik toentertijd herhaaldelijk ter hand nam om  er een verhaal of een gedicht in te lezen  en te herlezen, maar ook om het mee te nemen op mijn dagelijkse gang naar de kerk. U begrijpt dat ik hiermee het boek bedoel waarnaar de titel boven dit stukje verwijst. Het draagt de – inmiddels gerestaureerde –  sporen van dit frequente gebruik:  gescheurde, zelfs losse  en  beduimelde bladen en op een van de schutbladen voorin in het boek de kinderlijke tekst in een even kinderlijk handschrift: “Dit boek heb ik lief, wie het steelt  is een dief, al vindt het ook heer, boer of knecht breng het dan aan T.Harmsen, Stationstraat 34 Sas van Gent terecht.”

Ik kreeg het boek op mijn twaalfde verjaardag of ter gelegenheid van mijn plechtige communie. Als je 7 was en je eerste schooljaar achter de rug had, werd je geacht tot de jaren des verstands  te zijn gekomen en mocht je je eerste H. Communie doen.  Maar verder dan ‘dat Jezus in je hartje  komt’  kwam je dan nog niet.  Om je de betekenis van ‘te communie gaan’ bewuster te maken was, denk ik, de bedoeling van de viering van de plechtige communie;  op een tijdstip waarop de kinderen de lagere school verlaten  en nu, voordat ze geheel uit het zicht van de kerk verdwijnen,  het Vormsel toegediend krijgen.

Mijn nostalgische liefde voor dit boek heeft me enige tijd  geleden doen besluiten het boek door een professionele boekbinder te laten restaureren. Zoals het helaas vaker met restauraties gaat, het resultaat was teleurstellend. Mijn misboek had oorspronkelijk een zwart leren soepele band die  voelde als de zachte huid van een geliefde. Wellicht had ik verzuimd de restaurateur op dat aspect te attenderen, hij had er een stijve kaft van gemaakt, weliswaar van leer en met op de rug in gouden letters ‘MIJN MISBOEK’, maar het voelt nu aan als stug en ontoegankelijk. En de door de restaurateur  aangebrachte blauwe en zwarte leeslinten zijn niet langer in staat mij de ware sensus catholicus te geven van de oorspronkelijk witte, rode en groene.

De ‘imprimatur’ van mijn misboek  heeft de dagtekening Mechliniae, 15 novembris 1939, J.E.Card, van Roey, Arch. Mechliniensis. Veertien jaar later  in 1953 droeg ik als ceremoniarius  op de viering van ‘100 jaar Kromstaf’ in het stadion Galgewaard in Utrecht de sleep van de mantel van  Kardinaal van Roey die fungeerde als legaat van paus Pius XII. Ik was deelnemer  aan en getuige van de viering van een triomfalistisch feest waarvan we ons enkele jaren  later zouden gaan realiseren dat het het eindpunt markeerde van een periode, die we later in weemoedige herinnering  ‘Het Rijke Roomse Leven’  zijn gaan noemen. Een weemoedige herinnering,  als dit eenvoudige stukje, is slechts de zeer ouden onder ons gegeven. Restauratie zet ons met de rug naar de toekomst. Slechts vernieuwing als eindeloos proces heeft  het  leven. Tot later.

By | 2017-04-14T14:19:08+00:00 juni 19th, 2014|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment