Gehoorzaamheid aan de bisschop is geen stempel in je paspoort voor de hemel

//Gehoorzaamheid aan de bisschop is geen stempel in je paspoort voor de hemel

Gehoorzaamheid aan de bisschop is geen stempel in je paspoort voor de hemel

1.Bezorgdheid, verontrusting, protest

“Katholiek Bennekom Nieuws” meldt dat de Vereniging MVR de lijsten met in totaal 124 handtekeningen uit Bennekom verzonden heeft. Het gaat om handtekeningen onder een ‘Noodkreet aan paus Franciscus’ uit bezorgdheid over, maar ook als protest tegen het proces van kerksluiting en opheffing van plaatselijke geloofsgemeenschappen. Het is vooral Kardinaal Eijk die in dit proces het voortouw neemt. In het vorige ‘NieuwSBlad’  hebt u in het artikel “Verontruste parochianen”  van Jos Jansen daarover kunnen lezen.

2.Misschien denkt u dat ons niet veel kan gebeuren.
Als lokale geloofsgemeenschap zouden wij in staat zijn, zoals bij de laatste actie kerkbalans is gebleken, onze eigen financiële status overeind te houden. Onder de vooruitziende blik van vroegere pastoors hebben wij al vroeg geleerd zelfredzaam te zijn. Dat heeft er toe geleid dat onze geloofsgemeenschap een stevige infrastructuur heeft van werkgroepen en vrijwilligers die, bij gebreke van priesters, kerkelijke taken kunnen vervullen en de saamhorigheid van de gemeenschap bevorderen en ondersteunen.
Terecht waarschuwde Jos Jansen echter dat ook in onze parochie de komende tijd kerken moeten worden gesloten. Het is niet te verwachten dat de kerk van Bennekom daarbij buiten schot blijft. Maar zelfs zonder kerkgebouw kunnen we als lokale geloofsgemeenschap ons kerk-zijn behouden.

  1. “De lokale geloofsgemeenschap is helemaal kerk, zij het niet de hele kerk”

Dat vinden we nu  krachtig ondersteund in het essay:  “De verwoesting van een bisdom: het masterplan van kardinaal EijK’ dat  de theoloog en priester-hoogleraar Jozef Wissink schreef als een reactie op de visie van kardinaal Eijk. Daarin schrijft hij –  in mijn bewoordingen. : Het ‘masterplan’ van kardinaal Eijk gaat uit van een kerkbeeld dat wezenlijke elementen van het tweede Vaticaans Concilie mist. De kerk is een gemeenschap van gelovigen. Dat vinden we ook weer terug in het Kerkelijk Wetboek, dat de parochie omschrijft als een gemeenschap van christengelovigen. Wanneer men parochies fuseert tot een mega-parochie, ontstaat er een gemeenschap van gemeenschappen. Wanner men dat niet aanvaardt, blijkt men de omschrijving van de parochie als een gemeenschap  niet serieus te nemen, want dan laat men bij de fusering plotseling geloofsgemeenschappen verdwijnen. Ze zijn opgelost in een nieuwe ‘gemeenschap’, die je alleen maar op kerkrechtelijke gronden ‘gemeenschap’  kan noemen. Sociologisch kan dat niet. Je zou je dan  alleen maar geloofsgemeenschap mogen noemen wanneer de bisschop je zo noemt. Maar wanneer de parochie een gemeenschap van gemeenschappen is, dient het parochiebestuur er ook alles aan te doen, om elke gemeenschap een vitale geloofsgemeenschap  te doen zijn. Tot de vitaliteit van geloofsgemeenschap-zijn hoort het samen bidden, overleggen, leren en van dienst zijn aan elkaar en aan de bredere gemeenschap. Voortijdige kerksluitingen lijken daar niet dienstbaar aan.

  1. Er alles aan doen vitale geloofsgemeenschappen te behouden
    Dat zegt Wissink in zijn essay. Dat zegt ook de aartsbisschop – toen nog geen kardinaal – in zijn pastoraal-liturgische beleidsnota van 2 februari 2011. Het doel van het pastoraal beleid is: “het bewerkstelligen dat de geloofsgemeenschappen in de parochies in de veranderende kerkelijke en maatschappelijke omstandigheden vitaal en missionair blijven”. Dat lijkt mooier dan het is. In zijn nota immers bedoelt de aartsbisschop met geloofsgemeenschappen  telkens de ene geloofsgemeenschap  waaruit elke van de 49 door hem gecreëerde parochies bestaat. Hij laat zo het begrip van gemeenschap  helemaal samenvallen met wat kerkjuridisch parochie heet. Het in elke parochie aanwijzen van een kerk als eucharistisch centrum waar het wekelijks vieren van de eucharistie gegarandeerd is en de flankerende maatregelen die het parochiebestuur daarbij treft – zie mijn artikel “A self-fulfilling prophecy” in dit blad van januari 2015 – zijn bepaaldelijk niet in het belang van de lokale geloofsgemeenschappen, die, zoals Wissink betoogt, maar gewoon vergeten worden.5. Het belang van het kerkgebouw
    Hoewel we  zelfs zonder kerkgebouw ons kerk-zijn kunnen  behouden, behoeft het geen betoog dat het bezit van ons kerkgebouw van groot belang is.
    In zijn essay stelt Wissink. dat men respect zou moeten hebben voor het morele eigendomsrecht van de geloofsgemeenschappen op hun kerkgebouw. Momenteel zijn alle gebouwen eigendom van de uit de fusie voortgekomen mega-parochie. Gelden uit eventuele verkoop gaan dan ook naar de mega-parochie. Het is terecht dat we dit als regelrechte diefstal ervaren, ook al is het dat juridisch niet.
    Uitgaande van deze gedachte zou het reëel zijn dat, mocht het parochiebestuur onze kerk willen verkopen, de bisschop toestemming verleent het kerkgebouw aan de lokale geloofsgemeenschap over te dragen  voor de prijs van € 1,-. Een kerkelijke of notarieel opgerichte of op te richten  rechtspersoon is daartoe volledig rechtsbevoegd.
  2. Slot
    Gaat het om de verwezenlijking van onze verlangens dan heeft dit verhaal nog veel losse eindjes. De hoofdzaken die we nodig hebben zijn offerbereidheid, financieel en in dienstbaarheid, saamhorigheid en  juridische structuur.
    Een summiere samenvatting van het essay van Jozef Wissink vindt u elders in dit blad.
By | 2017-04-14T14:10:22+00:00 maart 15th, 2015|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment