Over het vieren van eucharistie

//Over het vieren van eucharistie

Over het vieren van eucharistie

We beleven in de kerk in Nederland benarde tijden.  Verschillende oorzaken zijn daarvoor aan te wijzen: de hiërarchie-centrale structuur van de kerk, waarin de gewijde priester de norm uitmaakt en de leek nauwelijks een  rol speelt; de uitsluiting van de gehuwde man  en de vrouw van het priesterschap; de bij de moderne samenleving achtergebleven cultuur van de kerk, waardoor de komende generaties geen vertrouwen meer in de kerk hebben; en meer. Maar de meest directe oorzaak is de absolute binding van de eucharistie aan de priester en –  in het bijzonder in ons bisdom – het de vitaliteit van de lokale geloofsgemeenschappen ondermijnende pastoraal-liturgische beleid in de gefuseerde parochies. Dit dreigt  ons – de kerk – met het priestertekort te beroven  van de eucharistie, die toch de kernwaarde uitmaakt van het christelijk leven. Dit voert ons in een absolute impasse.

In augustus 2007 publiceerden  de Nederlandse dominicanen met hun brochure “Kerk en Ambt; onderweg naar een kerk met toekomst” en wezen daarin een weg die een oplossing voor het priestertekort zou kunnen zijn. Zij bepleitten dat geloofsgemeenschappen de theologisch verantwoorde vrijheid nemen – en krijgen – om uit hun midden hun eigen voorganger(s) te kiezen – mannen of vrouwen, gehuwd of ongehuwd en al dan niet voor een bepaalde tijd.“Op grond van de voorrangspositie van het ‘volk Gods’ boven de hiërarchie – uitdrukkelijk tijdens het Tweede Vaticaan Concilie uitgesproken – mag van de diocesane bisschop worden verwacht deze keuze in goed overleg te bevestigen door zijn handoplegging.” Mocht de bisschop dit weigeren op gronden die vreemd zijn aan het wezen van de eucharistie, zoals de celibaatsverplichting, “dan mogen de parochies erop vertrouwen, dat zij toch echt en waarachtig eucharistie vieren wanneer zij biddend brood en wijn delen.”

De brochure van de Nederlandse dominicanen ontmoette hevig verzet van de bisschoppen bij monde van kardinaal Simonis, die de brochure, nog voor hij hem had gelezen, veroordeelde als in strijd met de leer van de Rooms Katholieke Kerk. Maar een oplossing aandragen deed hij ook niet.  De brochure heeft echter ook niet tot gevolg gehad dat we overal  in de parochies eucharistie gingen vieren zonder priester.  Was dat eigenlijk wel de bedoeling van de schrijvers van de brochure, dat we zelf de mis gingen doen, zoals voorheen de priester dat deed?   Dat zou te veel lijken op wat roomse jongetjes vroeger deden: misje spelen. Broertje speelde de mis, –  zo serieus dat hij de regels van het missaal volgde –  een ander broertje speelde voor misdienaar en  zusje mocht volk zijn.  Nee, denk ik toch, wij zouden creatief genoeg zijn om onze eigen vormen te vinden om het wezen van de eucharistie gestalte te geven.

Wie wel eens in de ‘Dominicus’ in Amsterdam een eucharistieviering heeft meegemaakt herkent duidelijk de vormen en kan de bedoeling van de viering niet misverstaan. Brood – in de vorm van matzes (kan het joodser?) – en wijn worden onder het uitspreken van een dankgebed gezegend, gebroken,  gedeeld, precies zoals Jezus van ons heeft gevraagd. In het samen delen van het brood en de wijn, zoals Jezus ons heeft voor gedaan, is Jezus in ons midden. Door het eten en drinken van het brood en de wijn verenigen we ons met Christus, als vierende gemeenschap herdenken wij zijn door en opstanding.

En als u toch het woord ‘transsubstantiatie’ wilt horen, een citaat uit “Pater van Kilsdonk”,p.145:[Citaat] “Een bevriende arts is gelukkig getrouwd. Hij zou zijn vrouw […] niet willen missen. Maar naast zijn huwelijk heeft hij een vriendin. Eens in de twee weken.[…] en slaapt met haar. ”Op een avond, ze liggen reeds, ziet hij dat hij zijn trouwring nog om heeft. En op slag is hij impotent. De trouwring heeft voor hem de almacht van de trouw. Voor hém, want natuurkundig is er met die ring niets bijzonders. Dat heet transsubstantiatie.” [Einde citaat]
Schillebeeckx zou het anders zeggen:”… dat  wat de eucharistie is, ontgaat ons en is  in wezen volstrekt onkenbaar voor ons, maar wij weten wel wat zij eventueel voor ons betekent en waarvoor zij dient. Dat is wat wij van het wezen van een ding kunnen zeggen: wat het voor ons betekent. Welnu, bij de Consecratie krijgen brood en wijn een andere betekenis en een ander doel. Wij bedoelen daarmee hetzelfde uit te drukken als de kerk alleen “op een andere manier”. (eerder geciteerd in mijn artikel: Priester onafhankelijke eucharistie”, parochieblad van juli/augustus 2004)

De auteurs van de brochure gaan er van uit dat de bisschop de keus van onze eigen voorganger bekrachtigt door zijn handoplegging.  Hiermee bevestigen zij impliciet dat een aanstelling of enige vorm van bevestiging  voor het voorgaan in een eucharistieviering door de bisschop nodig is, desnoods tijdelijk, als teken dat we delen in de eenheid van het Lichaam van Christus.

Met betrekking tot het voorgaan in de viering van de eucharistie geeft het Nieuwe testament geen enkele specifieke aanwijzing. In Hand.2,46 lees ik slechts “Elke dag kwamen zij trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde.” Het is onwaarschijnlijk dat in de eucharistievieringen van de eerste gemeenschappen bedienaren zijn voorgegaan die een wijding door handoplegging hadden ontvangen. Het is evenzeer weinig waarschijnlijk dat degene die voorging zo maar iemand willekeurig uit de gemeenschap was: Op een of andere manier moest hij wel ‘aangewezen’ worden. Vanaf het begin moet er wel een rechte lijn hebben bestaan tussen de leiding geven aan de gemeente en het voorgaan in de eucharistie.

Hoewel  in de loop van de geschiedenis – vanaf het midden van de derde eeuw – steeds gewijde bedienaren zijn voorgegaan in de eucharistie, geeft de ontstaansgeschiedenis van de eucharistie toch grond aan het pleidooi voor ruimte aan de niet-gewijde voorganger dan wel aan een minder formele wijze van officiële aanstelling en de mogelijkheid van een tijdelijke aanstelling. Theologen van naam en faam hebben hiermee ingestemd. Nog daargelaten de talrijke pleitbezorgers voor de verruiming van de toelating tot het priesterschap van gehuwden en vrouwen. Ook Schillebeekckx was van mening dat veranderingen in de wereld er toe kunnen leiden dat van  bestaande oude tradities moet worden afgeweken,  bijvoorbeeld als het gaat om het celibaat of het exclusieve recht van priesters om de mis te celebreren.

Op grond van de prioriteit van het volk Gods, – die ook gestalte krijgt in onze lokale geloofsgemeenschappen, – boven de hiërarchie zal ons geweten ons uiteindelijk opleggen onze verantwoordelijkheid te nemen  om onze eigen eucharistievieringen vorm te geven, tot behoud van onze gemeenschap, die helemaal kerk is, al is zij dan niet de hele kerk, waarmee we van harte wensen verbonden te blijven.

By | 2017-04-14T14:09:16+00:00 april 2nd, 2015|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment