Wees alert

//Wees alert

Wees alert

In het vorige nummer van ons NieuwSBlad – Zie mijn artikel “Gehoorzaamheid aan de bisschop is geen stempel in je paspoort voor de hemel” – kon ik u melden dat de Vereniging MVR de lijsten met in totaal 124 handtekeningen uit Bennekom verzonden heeft. Het gaat om handtekeningen onder een ‘Noodkreet aan paus Franciscus’- een initiatief van “Bezield Verband Utrecht”-  uit bezorgdheid over, maar ook als protest tegen het proces van kerksluiting en opheffing van plaatselijke geloofsgemeenschappen.  Het is, zoals de ‘Noodkreet’ het formuleert,  vooral kardinaal Eijk die in dit proces het voortouw neemt.  Inmiddels is een  zes  mans/vrouws  delegatie van “Bezield Verband Utrecht”  in Rome gearriveerd om de ‘Noodkreet, ondersteund door meer dan 12000 handtekeningen zo breed mogelijk te verspreiden binnen het Vaticaan en zo dicht mogelijk bij de paus. Hoezeer we ons ook verheugen over het overweldigende aantal van de verzamelde handtekeningen, het succes van  de actie van Bezield Verband  moet nog blijken. Mogen we een ingreep van de paus – ook al zal dat dan een stille diplomatieke zijn – verwachten? Kardinaal Eijk lijkt vooralsnog niet onder de indruk.

Wat voor ons vast moet staan is, zoals in de Algemene ledenvergadering van de Vereniging MVR op 21 april jl. is geconstateerd, dat we alert moeten zijn op signalen van mogelijke kerksluiting en op tijd duidelijk maken dat we bereid zijn zulke besluiten aan te vechten door het starten van bezwaarprocedures. Het is ook daarom dat er een werkgroep wordt geformeerd om op eventuele juridische procedures  voorbereid te zijn. Want kardinaal Eijk mag dan zijn bestuursmacht ontlenen aan het kerkelijk recht, het kerkelijk recht geeft aan de christengelovigen-leken ook het recht aan die macht te weerstaan en voor hun eigen rechten op te komen.

De kerk – het kerkgebouw – is een aan de goddelijke eredienst toegewijde plaats, ingezegend door de bisschop, die ook de enige is die de kerk weer aan de eredienst kan onttrekken. ‘Terugbrengen  tot een profaan en niet onwaardig gebruik’ noemt het kerkelijke wetboek dat. De wet ziet op twee soorten van omstandigheden. 1.  Een zodanige onherstelbare bouwkundige staat dat de kerk op geen enkele wijze voor de goddelijke eredienst kan worden gebruikt. En 2. Andere ernstige redenen die het raadzaam maken dat een kerk niet langer voor de goddelijke eredienst gebruikt wordt. Hierbij moet aan twee voorwaarden worden voldaan: de priesterraad moet worden gehoord en toestemming moet worden verkregen van hen die wettig rechten op de kerk laten gelden  ‘en mits het zielenheil er geen enkele schade door lijdt’.

Het onttrekken aan de eredienst van een kerkgebouw is een canoniekrechtelijke handeling en in feite een beslissing dat het kerkgebouw niet langer voor de eredienst kan worden gebruikt en een andere bestemming kan krijgen,  of kan worden afgebroken. Deze beslissing  heeft  geen directe gevolgen  voor de eigendom van het gebouw. De eigendom berust bij de parochie, met het bestuur als haar vertegenwoordiger. Maar voordat het parochiebestuur het eigendomsrecht kan uitoefen om bijvoorbeeld de kerk te sluiten, een andere bestemming te geven of te verkopen, moet de bisschop eerst  bij een onherroepelijk decreet hebben besloten het kerkgebouw aan de eredienst te onttrekken.  Het zal dan ook het parochiebestuur zijn dat de bisschop gemotiveerd verzoekt de kerk aan de eredienst te onttrekken. De aanleiding een dergelijk verzoek te doen zal  in het algemeen gelegen zijn in de financiële positie van de parochie en/of het gebrek aan gelovigen die de betreffende kerk nog bezoeken.  Een slechte financiële positie of een gebrek aan gelovigen kan  de hele (mega-)parochie betreffen.  Maar de kerk die het parochiebestuur meent te moeten  afstoten   kan de kerk van een  financieel  en anderszins heel vitale gemeenschap zijn. De kerkgangers daar voelen zich dan geofferd op het altaar van het eucharistisch centrum.

Het ‘sluiten van een kerk’ snijdt de geloofsgemeenschap die het treft, diep in het hart. “Het onttrekken van een kerk aan de eredienst vraagt om een zorgvuldige procedure. Een kerk is voor de gelovigen meer dan een gebouw van stenen. Mensen zijn daar gedoopt, getrouwd, hebben er de uitvaart van een dierbare meegemaakt en hun geloofsleven is mede gekleurd door de specifieke devotionele aspecten van dit gebouw. Het sluiten van een dergelijk gebouw voor de eredienst vraagt daarom om een goede afweging. Daar komt bij dat de gelovigen geneigd zullen zijn om in beroep te gaan tegen de sluiting van een voor hen dierbaar kerkgebouw. De kerkelijke overheid – de diocesane bisschop – die tot sluiting wil overgaan, moet derhalve nauwgezet de correcte procedure volgen en over een canonieke onderbouwing van het besluit beschikken, wil haar besluit niet vatbaar zijn voor een gegrondverklaring van een beroep tegen haar decreet. In het decreet waarin de kerkelijke overheid tot onttrekking aan de eredienst besluit, zal zij verantwoording afleggen over de wijze waarop zij tot het besluit is gekomen en de beroepsmogelijkheden aangeven.”

(Citaat uit: Jan Hendriks, ‘Een katholieke kerk onttrekken aan de eredienst”,

in “Tijdschrift voor Recht, Religie en Beleid”, nummer 4, 2013)

Het maken van bezwaar en het instellen van beroep  zijn aan korte termijn gebonden. Het is dus zaak waakzaam te zijn en tijdig voldoende voorbereid om geen rechten verloren te laten gaan.

Wie zich wil informeren over al het nieuws rond de “Noodkreet aan paus Franciscus” kan ik verwijzen naar de websites van Bezield Verband en van het aartsbisdom:

–        Dossier Noodkreet aan de Paus: http://bit.ly/1PdX21L

–        Tien misverstanden over kerksluiting in het Aartsbisdom: http://bit.ly/1EGBGag

–        Bisdom stapelt misverstand op misverstand: http://bit.ly/1GOG4EW

By | 2017-04-14T14:08:00+00:00 april 30th, 2015|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment