Kerk en democratie

//Kerk en democratie

Kerk en democratie

De kerk is geen democratie.

Onlangs las ik twee artikelen waarin het thema ‘kerk en democratie’ aan de orde was.
Het eerste artikel was van Guido Dierickx s.j. op de igniswebmagazine  van de Nederlandse provincie van de Jezuïten: “waarom de rooms-katholieke kerk noodzakelijkerwijs hiërarchisch, centralistisch en ondemocratisch is”. http://www.igniswebmagazine.nl/kerk/waarom-onze-kerk-geen-democratie-is

Dierickx geeft daarvoor drie redenen:

1. Van begin af aan voert de kerk een opendeur beleid. Dat vereist een goede vorming van de nieuwe leden. Om te voorkomen dat daarbij middelpuntvliedende krachten de overhand krijgen is een centraal gezag noodzakelijk.

2. De christelijke religie heeft een algemeen erkende charismatische stichter. Daarop berust de vorming van een ‘klerikale’ elite, waarvan de leden worden beschouwd als de erfgenamen van het charismatische gezag. (T.H.:‘van Dale’ omschrijft charisma als: “bijzondere gave van de H. Geest om de uitbreiding van het rijk Gods te dienen”.)
Dat de rooms-katholieke kerk hiërarchisch, centralistisch en ondemocratisch is betekent niet dat het haar leden aan rechtszekerheid ontbreekt. In de kerk is een sterk juridische gezagsstructuur aanwezig. “Het gezag van de gezagsdragers hangt af van het respecteren van de juridische procedures zoals in een rechtstaat”. In het stelsel van procedures kunnen leden van de kerkgemeenschap van een beslissing van een lagere instantie in beroep komen bij een hogere instantie. Dat beschermt ze tegen willekeur van hun gezagsdragers. Daarom, zegt Dierickx, is de kerk. hoewel geen democratie, evenmin een dictatuur.

3. Een sterke autonomie van de religieuze elite is vereist om haar te onderscheiden van en te beschermen tegen de invloed van de politieke en van de maatschappelijke elite.

Het tweede artikel was van Robert Dulmers in ‘De Groene Amsterdammer’ van 15 december 2016, dat een mede-parochiaan mij deed toekomen. (en ook te vinden op https://www.groene.nl/artikel/ik-heb-laten-we-zeggen-een-minder-leuke-rol). In dit artikel  interviewt Robert Dulmers Kardinaal Eijk over ‘Kerkelijk leiderschap in tijden van crisis’. De rol die de kardinaal daarin moet spelen, is geen leuke, vindt hij zelf. Toen hij op 26 januari 2008 de aartsbisschoppelijke zetel in bezit nam, gold voor de financiële staat van het aartsbisdom de code rood. Om een faillissement te voorkomen moest er dringend gesaneerd worden, moesten er maatregelen getroffen, ook pijnlijke in de arbeidsrechtelijke sfeer. Ook al raadpleegde hij daarbij vele medewerkers in zijn staf en raden en centra overigens in het bisdom, het was aan hem, de bisschop, om de besluiten te nemen. “De kerk is geen democratie.[….] Wel is het zo bij een eenhoofdig bestuur: jij bent degene die het besluit neemt en de kritiek daarover komt ook op jouw bord.” Hij kreeg het etiket opgeplakt een kille saneerder te zijn. Het klinkt als een zelfbeklag. Zo van, ik ben nu eenmaal de baas en moet wel krachtdadig optreden en nou krijg ik ook nog op mijn kop.

Tegen de posities in beide artikelen zou ik toch wel willen opponeren.

1. Ik zou helemaal niet willen spreken van democratie in de kerk. Daarvoor is het begrip van democratie te onduidelijk. Al helemaal als we voor democratie ‘alle macht aan het volk’ als uitgangspunt zouden willen nemen. Toch zou ik een aantal van in de laatste eeuwen tot ontwikkeling gekomen  grondrechten wel typisch democratisch willen noemen. In die tijd heeft het ‘volk’ een hoge mate van ontwikkeling en mondigheid bereikt. Ik denk dan aan het recht van medezeggenschap, inspraak, medeverantwoordelijkheid; aan het grondrecht van vrije meningsuiting en, als dat daarin al niet ingesloten is, de godsdienstvrijheid.
2. Paus Johannes XXIII beoogde met het door hem geëntameerde Tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965) een ‘aggiornamento’ van de Kerk tot stand te brengen: de Kerk bij de tijd brengen en beter verstaanbaar maken in de wereld, of, om het anders te zeggen, ‘de kerk van de Clerus ombouwen tot een Kerk van het hele Volk Gods’. Sindsdien rijst de vraag: waarom zou de H. Geest uitsluitend langs de hiërarchische weg van boven naar beneden worden uitgestort, maar niet aan alle gelovigen ten deel vallen?
3. In het in 1983 door paus Johannes Paulus II uitgevaardigde ‘Codex Iuris Canonici’ (Wetboek van Canoniek Recht, of gewoon, Kerkelijk Wetboek), dat naar zijn zeggen, zijn noodzaak vond juist in het concilie, wordt de oude hiërarchische eenhoofdige bestuursstructuur onverkort gehandhaafd. In alle geledingen in de kerk is het bestuur en de zeggenschap in handen van gewijde ambtsdragers: de paus als het oppermachtige hoofd van de Kerk, de kardinalen als hoofden van hun curies, de bisschoppen als min of meer autonome hoofden van hun bisdommen, en tenslotte de pastoors  als de pastorale leiders van hun parochies. Die gesubordineerde ordening zou in de praktijk ruimte kunnen laten het in de sociale leer van de kerk ontwikkelde subsidiariteitsbeginsel toe te passen. Het subsidiariteitsbeginsel  is een wijze van taakverdeling tussen ‘hogere’ en ‘lagere’ overheden waarbij hogere instanties niet iets doen wat door lagere instanties kan worden afgehandeld. Bij gebreke daarvan ontstaan op allerlei niveaus in de kerk spanningen; niet in de laatste plaats op het niveau van de parochies en de daarin verweesd geraakte lokale geloofsgemeenschappen, die moeten vechten voor hun bestaan.
4. Onverminderd zijn hiërarchische bestuursstructuur bevat het Kerkelijk Wetboek toch een aantal bepalingen die voorschrijven ‘democratisch’ te besturen. Zo staat in hoofdstuk 2 van het kerkelijk wetboek een serie canones (wetsartikelen) die met elkaar een soort van grondwet van de kerk vormen. Een van die bepalingen geeft de gewone gelovige, onder wat moeilijk omschreven voorbehouden, het recht van inspraak. We mogen, moeten zelfs zeggen wat we over het heil van de kerk vinden. (canon 212.3). We hebben ook het recht van vereniging(canon 215) o.m. ter bevordering van de christelijke roeping in de wereld, zoals te onzent de Vereniging MVR.
5. Op verspreide plaatsen schrijft het kerkelijk wetboek de gewijde gezagsdragers voor anderen te raadplegen, zoals de hierboven door kardinaal Eijk genoemde staf en raden in zijn bisdom. Zo kent de parochie bijvoorbeeld de parochieraad. Het is in het algemeen wijs beleid dat bestuurders belanghebbenden horen in de betekenis van raadplegen en inspraak verlenen. Bij raadplegen en inspraak verlenen horen wederzijds informeren en verantwoording afleggen. Zonder dat kan er van serieus horen, casu quo raadplegen, niet worden gesproken. De kerk is dan, hoewel geen democratie, anders dan Dierickx concludeert, wel een dictatuur. De bestuurder die er dan over klaagt kritiek te krijgen heeft het aan zichzelf te wijten. Vertrouwen wordt gewonnen, niet afgedwongen.

By | 2017-05-19T15:08:50+00:00 maart 23rd, 2017|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment