Over ‘presentia realis’ in de Eucharistie

//Over ‘presentia realis’ in de Eucharistie

Over ‘presentia realis’ in de Eucharistie

1.”Transsubstantiatie” wil juist zeggen dat brood en wijn NIET fysiek in lichaam van Christus veranderden.” Deze tweet van Hendro Munsterman [1]): (12-05-2017) is aanleiding verder op de kwestie in te gaan. “Over het vieren van eucharistie” schreef ik eerder in dit blad, (http://www.relisofie.nl/2015/04/02/over-het-vieren-van-eucharistie/)

  1. “De filosofische term is destijds juist bedacht om een al te fysieke voostelling van de eucharistie te vermijden”.
    Ik herinner me dat de nonnen die ons voorbereidden op de ‘Eerste Heilige Communie’ – twee en tachtig jaar geleden – ons voorhielden dat we niet op de H. Hostie mochten kauwen.
    Het misverstand heeft zich generaties lang kunnen handhaven.

3.De tijdgeest van de middeleeuwen maakte het mogelijk symbool en werkelijkheid als een vanzelfsprekendheid te doen samenvallen in de werkelijke tegenwoordigheid van Jezus Christus in de viering van de eucharistie.

4.In de 13e eeuw veranderde die vanzelfsprekendheid in een theologisch vraagstuk. Het 4e Lateraans concilie (11-30 november 1215) onder paus Innocentius III, koos voor de leer van de transsubstantiatie. Jezus wordt niet fysiek geconsumeerd, maar zijn werkelijke tegenwoordigheid is meer dan louter een symbool, zoals later in de reformatie zou worden aangenomen.

  1. CITAAT: “Het realiteitskarakter van het lichaam en bloed van Christus tijdens de mis had in de afgelopen eeuwen herhaaldelijk op de theologische agenda gestaan. Het concilie besloot de formule ‘transsubstantiatie’ te kiezen: terwijl in alle andere omstandigheden accidenten (kleur, geur) kunnen veranderen, maar de substantie niet, gebeurt dat tijdens de consecratie wel. Brood en wijn maken plaats voor een andere substantie, lichaam en bloed van Christus, teken van zijn offer voor de mensheid. Door deze on-Bijbelse onderbouwing werd enerzijds een oppervlakkig realisme omzeild, alsof Jezus van Nazareth fysiek werd geconsumeerd, en anderzijds een puur symbolische interpretatie vermeden, die al herhaaldelijk bepleit was en enkele eeuwen later in de meeste reformatorische tradities ingang zou vinden”.(“De paus en de wereld”, Frans Willem Lantink en Jeroen Koch (red), 2012 Boom, Amsterdam. Bladz.128). EINDE CITAAT

6.Sedert die tijd voert de Kerk een beleid van hiërarchische centralisatie. De autonomie van de kerkprovincies, de bisdommen, werd steeds verder beperkt tegenover de macht van de Romeinse curie. Het is ook dit 4e Lateraans concilie dat het principe formuleerde van de mis als de exclusieve competentie van de priester. Als dan het moment waarop de transsubstantiatie in de Eucharistie precies plaats vindt, gekoppeld wordt aan het moment waarop de priester een paar woorden van het instellingsverhaal uitspreekt, dan komt de gedachte aan de priester als de machtige magiër wel heel dichtbij. In onze dagen voelen we ons beter thuis bij de gedachte dat het de geloofsgemeenschap is die eucharistie viert door de belofte van Jezus in Mt. 18,20 – Waar twee of drie in mijn naam vergaderd zijn ben ik in hun midden – waar Jezus het verzamelde biddende volk tot instrument maakt van Zijn aanwezigheid.

7.De leer van de transsubstantiatie werd opgesteld onder de aannames van de middeleeuwse tijd, en het is allerminst duidelijk dat daardoor ook de beste oplossingen voor de toekomst waren uitgeput. Voor de Middeleeuwen leek een top-down voorziening de enige juiste manier om de legitimiteit van de priesterlijke bevoegdheden vast te stellen. In de katholieke kerk werd het christelijke geloofsgoed  uitsluitend geformuleerd vanuit het oogpunt en de positie van de clerus, zowel om de goddelijke mysteriën zo goed mogelijk onder woorden te brengen, als wel om hun onaantastbare status tot uitdrukking te brengen.

8.Tot en met de 19e eeuw heeft die centraliserende machtstendens in toenemende mate bestaan als verweer tegen de sedert de Renaissance ( 16e eeuw) opkomende autonomie van de mens. In achtereenvolgende perioden van Renaissance – Verlichting – Reformatie – Modernisme – Evolutietheorie – Postmodernisme voerde de Kerk een, wat we zouden kunnen noemen, defensief anti-beleid. Tot de Kerk in de persoon van paus Johannes XXIII er achter kwam dat de wereld en de tijdgeest waren veranderd.

  1. Het pontificaat van Paus Johannes XXIII heeft te kort mogen duren. Bij zijn aantreden werd vanwege zijn leeftijd al gesproken van een overgangspaus. Als om de Kerk gereed te maken voor de nieuwe tijd. In de verwarring die na zijn overlijden ontstond hebben zijn tegenstanders de kans gegrepen de Kerk terug te voeren naar vóór-conciliaire tijden.

10.Het besef begint door te dringen dat in plaats van het verkondigen van de waarheid van een religie het meer de voorkeur verdiend te streven naar de vorming van een wereldwijde gemeenschap waarin alle volken in wederzijds respect naast elkaar kunnen leven. Daarvoor pleit bijvoorbeeld Karen Armstrong in haar boek “Compassie”. Armstrong schrijft in haar voorwoord:  “Alle religies benadrukken dat compassie een blijk van ware spiritualiteit is en dat ze ons in contact brengt met de transcendente aanwezigheid die we God, Brahma, nirwana of tao noemen. Alle religies hebben hun eigen versie geformuleerd van wat soms wel de ‘gulden regel’ wordt genoemd: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’- of positief gesteld: ’Behandel anderen altijd zoals je zelf wilt worden behandeld.’ Verder benadrukken ze allemaal dat je je menslievendheid niet mag beperken tot je eigen groep. Je moet zorgzaam zijn voor iedereen – zelfs voor je vijanden.”

  1. Je kunt niet stellen dat er in onze dagen geen belangstelling meer is voor religie. Allerlei vormen van religie en uitingen daarvan in bijeenkomsten en tijdschriften duiken op. Waarom lopen onze rooms-katholieke en andere christelijke kerken dan leeg? Omdat die kerken weigeren de autonomie van haar leden te erkennen en daardoor haar autoriteit hebben verloren In plaats daarvan hebben zij haar gezag ingeruild voor de macht van dogma’s en juridische structuren.

12.Maar in onze dagen vragen wij om andere woorden om de goddelijke mysteriën tot uitdrukking te brengen en andere structuren om de clerus zijn plaats te geven. Gaat paus Franciscus met zijn geest van  barmhartigheid en onderscheiding (Amoris Laetitia) en van openheid naar de onderscheiden religies het verschil maken?

Timo Harmsen, Bennekom, 14 mei 2017

[1]) De rooms-katholieke theoloog en journalist Hendro Munsterman is door het publiek gekozen tot Katholiek van het Jaar 2015. Hij bleef daarmee nipt de Groningse bisschop De Korte voor. Hendro Munsterman is katholiek theoloog (1972) en werkzaam aan de katholieke Universiteit van Lyon, waar hij dogmatische theologie doceert. Hij is tevens lid van de Société Française d’Etudes Mariales en van de Katholieke Vereniging voor Oecumene Athanasius en Willibrord. Munsterman kreeg de publieksstemmen vanwege zijn gemotiveerde en niet-aflatende inzet om rooms-katholiek nieuws te verspreiden via sociale media. Sinds vorig jaar is hij bovendien door het Nederlands Dagblad aangetrokken als correspondent. Het bracht Munsterman grotere bekendheid met radio- en televisie-interviews.
bron: http://www.katholiek.nl/actueel/hendro-munsterman-gekozen-tot-katholiek-van-het-jaar/

 

 

By | 2017-05-20T14:29:36+00:00 mei 14th, 2017|nieuwsblad|0 Comments

Leave A Comment